|
|
|
|
|
|
Functie: designer. Klachten: RSI, hoofdpijn, moe, prikkelbaar, slecht slapen, trillen en hartkloppingen. Duur klachten: een jaar. Niet volwaardig gewerkt: 6 maanden gewerkt. Hoofdoorzaken: druk van ouders; te weinig zelf-contact; werkgerelateerd: gebrek aan waardering en te weinig autonomie. Oplossing: coaching, lezen van zelfhulpboeken.
|
|
|
"Toen mijn
nieuwe chef kwam, kon ik een tijd lang ‘mijn ding’ niet doen. Ik kon mezelf
niet zijn en kreeg niet meer de waardering die ik altijd had gehad, als
aanvulling op het team en gewoon voor mezelf, zoals ik was. Ik voelde me in
mijn speelruimte aangetast. Alles werd heel erg aan banden gelegd. Voor alles
wat ik bedacht moesten ineens besprekingen gehouden worden of ik moest
handtekeningen vragen. Ik werd veel te veel beperkt in mijn vrijheid. Dan moest
ik weer een plan van aanpak schrijven, zo onnozel, ik zat gewoon mijn tijd te verdoen.
Ik heb ook veel
druk gevoeld vanuit mijn ouders ten opzichte van mijn toenmalige vriendje. Ik
dacht: dit is de liefde, die wil graag houden, hij past zo goed bij mij! Ik
deed net alsof hij bij mij paste, ik manipuleerde de situatie. Ik paste alles
aan, mijn kleding, mijn stap gedrag, mijn eetpatroon, alles. Want ik wilde hem
houden. Dat kwam allemaal voort uit het feit dat mijn ouders van mij verwachten
dat ik op mijn 24ste al getrouwd zou zijn met huisje, boompje,
beestje. En ik was toen al 29! Mijn omgeving is
altijd veel te belangrijk voor me geweest. Ik zou meer mijn eigen pad moeten
gaan, op alle vlakken. Ik doe dingen veel te veel voor mijn ouders. Mijn ouders
helpen me praktisch maar ook financieel met mijn huis. Mijn vader helpt me
timmeren, zagen, sjouwen van spullen om mijn huis op te knappen. Maar dat geeft
hem niet het recht om te bepalen wat voor soort verf ik op de muur wil of wat
voor soort vloer ik moet leggen. Daarin heb ik hen teveel op mijn terrein laten
komen. Het is mijn leven. Ik wil zelf de regie hebben. Ik wist in die
periode ook niet zo goed wie ik was, wat ik wilde en waar ik voor stond. Ik had
vooral behoefte aan stabiliteit of een vertrouwde basis. Een gevoel van
innerlijke rust, dat je diep van binnen weet dat het goed zit. Mijn huis is ook
belangrijk. Maar dat is vervangbaar. Ik bedoel een basisgevoel van bescherming.
Daar kwam ik door die bijna-burnout weer meer mee in contact of eigenlijk heb ik het leren kennen. Door te lezen en gesprekken te voeren. Ik heb dat nooit geleerd vroeger van mijn ouders of op school. Dus leren luisteren naar je eigen diepe innerlijke behoefte. En als je toch soms je innerlijke behoefte een beetje wegcijfert omdat dat moet - omdat dat niet anders kan - dat kan dan wel, maar dan mag je niet je innerlijke stem daarvan gaan overtuigen."
|
|
|
|
|
|