Essay

Gedesoriënteerde Dertigers: authenticiteit als innerlijk kompas.’ < back

Auteur: Evelyn Prinsen, organisatieantropoloog, career counselor en coach (www.quarterlifecoaching.nl)

 

Inleiding - Dertigers staan sinds een jaar of vijf regelmatig in de belangstelling. Zo zijn er volgens de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO 2002) opvallend veel jonge mensen in de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar oud (deze leeftijdscategorie duid ik aan als ‘dertigers’[1] in deze bijdrage) uitgeschakeld als gevolg van burnout-verschijnselen (RMO 2002:12). Het Sociaal en Cultureel Planbureau (Breedveld & Van den Broek 2004) stelt dat psychische aandoeningen, zoals burnout, ‘epidemische’ vormen aan lijken te nemen. Meer dan 100.000 mensen belanden per jaar in de WAO waarvan een derde op basis psychische klachten, zoals burnout (Breedveld & Van den Broek 2004:7-9). Hoewel burnout ook zeker mannen treft, lijken vooral vrouwen het slachtoffer te zijn. Tweederde van de WAO’ers onder de 35 jaar is vrouw (Stichting WAHO[2]). Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, die onderstrepen dat burnout in de leeftijdcategorie van 25 – 34 jaar oud 12 procent hoger ligt dan in overige risicogroepen van late dertigers en veertigers, is burnout onder jonge volwassenen een onderschat probleem (in Algemeen Dagblad, 31 augustus 2005).

Naast deze alarmerende cijfers omtrent burnout constateren diverse onderzoekers en loopbaanbegeleiders andere eigentijdse psychische problemen bij dertigers. De Amerikanen Robbins & Wilner stellen in hun boek getiteld ‘Quarterlife crisis’[3] (2001:3-7) dat veel jonge volwassenen tegenwoordig in een persoonlijke ‘crisis’ belanden die wordt gekenmerkt door zelftwijfel, angst, depressie, gevoelens van hulpeloosheid en instabiliteit. Nienke Wijnants, promovenda aan de UVA en loopbaanadviseur bij Converge, signaleert dezelfde tendens in Nederland. Recentelijk bracht zij harde cijfers[4] naar buiten over grote aantallen dertigers die worstelen met serieuze levensvragen en last hebben van ‘keuzestress’ (Wijnants in Intermediair 24 mei 2005). Psychologen Roland van Aggelen & Eelco van de Stolpe besloten na het veelvuldig zien van vastgelopen dertigers in hun loopbaanwinkel deze groep eens nader te bestuderen. In ‘Dertigers in crisis’ (2001) concluderen zij dat veel late twintigers en begin dertigers als gevolg van toenemende keuzemogelijkheden en maatschappelijke druk steeds vaker psychische problemen ondervinden, wat niet zelden eindigt in een ‘identiteitscrisis’ of ‘burnout’ (Van Aggelen & Van de Stolpe 2001:9,10,18). Waarom hebben tegenwoordig veel dertigers last van burnout-klachten en andere ‘crisisachtige’ verschijnselen zoals somberheid en onzekerheid? Het doel van deze essay is om hier meer inzicht in te krijgen.

Burnout, wat veelmeer een verzamelnaam dan een eenduidig omschreven en helder te diagnosticeren ziektebeeld is, ontstaat door een samenspel van oorzaken (RMO 2002:19). Vanuit een organisationele invalshoek worden factoren als een hoge werkdruk, weinig zeggenschap, gebrek aan waardering en onvoldoende ontplooiingsmogelijkheden als belangrijke oorzaken voor burnout gezien (RMO 2002:62-65). Als het gaat om psychische problemen van dertigers - zoals burnout-klachten, zelftwijfel en keuzestress - worden vooral sociologische verklaringen aangehaald. De problematiek rond dertigers wordt dan door auteurs als Robbins & Wilner, Van Aggelen & Van de Stolpe en Wijnants in verband gebracht met de ‘meerkeuzenmaatschappij’ en ‘veeleisende samenleving’ (Breedveld & Van der Broek 2003 en 2004). In de huidige moderne maatschappij hebben traditionele structuren die het leven voorzien van duidelijk kaders of richtlijnen, zoals de kerk, steeds minder invloed. De individuele keuzevrijheid en maatschappelijke mogelijkheden zijn daarmee aanmerkelijk gegroeid. Maar deze ontwikkelingen veroorzaken eveneens een toenemende psychische belasting van het individu (Breedveld & Van der Broek 2004:34). Vooral dertigers zouden hiervan de consequenties ondervinden (zie o.a. Wijnants in Intermediair 24 mei 2005; Robbins & Wilner 2001; Schwartz 2004; Van Aggelen & Van de Stolpe 2001). Zo stelt Wijnants dat het vooral jonge volwassenen zijn die worden geconfronteerd met belangrijke levensbeslissingen. Maar de nogal ‘onvolwassen’, ‘verwende’ dertigers zouden alle opties zo veel mogelijk open willen houden, bang om anders kansen te missen (Intermediair 6 2005). Dit zou er toe leiden dat ‘onrustige’ dertigers gehaast te veel dingen tegelijkertijd doen of juist besluiteloos worden en letterlijk ‘vastlopen’, met bijbehoren klachten als diepe vermoeidheid, depressie of RSI (Robbins & Wilner 2001; Van Aggelen & Stolpe 2001). 

Is de ophef rondom de groeidende keuzevrijheid en toenemende maatschappelijke complexiteit als oorzaak voor keuzestress, identiteitsproblemen en verschijnselen van burnout in dit verband geheel gerechtvaardigd? Autonomie – het beginsel waar individuele keuzevrijheid op is gestoeld – is juist voor huidige dertigers een belangrijke kernwaarde (Lampert in Vrij Nederland 16 november 2002). Daar moet echter direct aan toegevoegd worden dat autonomie of de ‘vrijheid om zelf dingen te bepalen’ alleen betekenisvol wordt als dit gepaard gaat met authenticiteit (Chen 2004:4; Guignon 2004:44). In de huidige westerse geïndividualiseerde samenleving wordt niet alleen verondersteld dat mensen zelf hun leven richting geven, maar zij dienen daarbij eveneens zo veel mogelijk ‘trouw te blijven aan zichzelf’. De Canadese maatschappij filosoof Charles Taylor (1994) noemt dit ‘het ideaal van authenticiteit’ (1994). Richtlijnen voor het leven worden niet langer alleen aan externe bronnen ontleend maar ontstaan door een ‘reflexieve wending naar binnen’ (Taylor 1994:38; Giddens 1991). Inzicht in de eigen unieke waarden (Chen 2004:18) en ‘zelfcontact’ (Taylor 1994:40) krijgen daarmee morele importantie. Authenticiteit voorziet dus in persoonlijk kader wat grenzen afbakent en keuzes in een bepaalde richting stuwt. Zonder authenticiteit wordt het leven in de veeleisende meerkeuzenmaatschappij stuurloos: alle keuzes worden een reële optie, grenzen ontbreken en er is nauwelijks gevoel voor richting of bestemming (Taylor 1994:48, 74; Chen 2004:5; Guignon 2004:44). De centrale vraag in deze bijdrage luidt dan ook: Welke oorzaken zijn er vanuit een sociaal-cultureel perspectief te benoemen voor de eigentijdse psychische problematiek van dertigers, zoals verschijnselen van burnout en keuzestress, en welke rol speelt het hedendaagse westerse ideaal van authenticiteit hierbij?

            In het eerste deel van deze studie zal ik verder ingaan op de psychische problematiek van dertigers, de sociaal-culturele context hiervan en dertigers als generatie. Vervolgens zal ik uiteenzetten wat het ideaal van authenticiteit is. In het tweede deel zullen de belangrijkste praktijkresultaten van het onderzoek geanalyseerd worden. Er wordt bovendien weergegeven op welke manier de resultaten verband houden met het ideaal van authenticiteit. Uiteraard volgt in de conclusie een antwoord op de probleemstelling.

 

Psychische problematiek van dertigers: een nadere verkenning - In deze bijdrage staan late twintigers en begin dertigers[5] (die gemakshalve vaak ‘dertigers’ worden genoemd) met burnout-verschijnselen centraal. Er is bewust gekozen voor dertigers met burnout-klachten - en niet voor dertigers die ‘alleen’ kampen met zelftwijfel of keuzestress - omdat bij deze groep de eventuele gevolgen van de psychische problematiek het meest verstrekkend zijn. Dertigers met burnout-klachten zijn vaak langdurig niet in staat deel te nemen aan het arbeidsproces en lopen daarmee een verhoogd risico in de WAO te belanden. Echter, hierbij moet direct opgemerkt worden dat het bij deze dertigers veelal niet gaat om een zuiver klinisch beeld van burnout.

Burnout is geen ziekte maar meer een verzameling aan klachten bij mensen die in een eerder stadium goed gefunctioneerd hebben (Hoogduin et al 2002:13). De New-Yorkse psychoanalyticus Herbert Freudenberg, de ‘geestelijk vader’ van burnout, omschrijft burnout als “een proces dat leidt tot disfunctioneren, waarbij het gevoel ontstaat geestelijk uitgeput te raken en waarbij tenslotte de werknemer het gevoel heeft leeg te zijn en geen energie meer te hebben” (in Hoogduin et al. 2002:13). Het klinische beeld van burnout is het eindstadium van dit proces. Een veelgebruikte metafoor voor burnout is dan ook het ‘opbranden van een kaars’ of ‘het doven van een vuur’ (Schaufeli in Hoogduin et al 2001:1). Volgens Kees Hoogduin (in Hoogduin et al. 2002), hoogleraar psychopathologie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, gaat het klinische beeld van burnout altijd gepaard met langdurige lichamelijke en/of geestelijke vermoeidheid. Daarbij dient burnout aan twee van de volgende criteria te voldoen: pijn in spieren, nek, rug of gewrichten; duizeligheid; hoofdpijn; slaapproblemen; maagklachten; prikkelbaarheid en tenslotte moet er sprake zijn van en/of cynisme; het gevoel geestelijk afgestompt te zijn en verminderde bekwaamheid (in Hoogduin et al. 2002:14).

De door mijzelf geïnterviewde late twintigers en begindertigers voldoen aan deze criteria. De interviewfragmenten in ‘Dertigers in crisis’ (Van Aggelen & Van de Stolpe 2001) doen eveneens vermoeden dat het hier om burnout-verschijnselen gaat. Deze dertigers vertonen symptomen als langdurige diepe vermoeidheid, spanningsklachten en RSI (Van Aggelen & Van de Stolpe 2001: 19,59/60). Tot zo ver lijkt de psychische problematiek van dertigers enigszins op een burnout, maar hier houdt echter de vergelijking op. Zo zou het bij een klinische omschrijving van burnout niet gaan om angst- of depressieve stoornissen (Hoogduin et al. 2002:14). Maar de geïnterviewden in ‘Quarterlife crisis’ geven aan regelmatig angstig of depressief te zijn. Robbins & Wilner stellen zelfs dat angst en depressie één van de kenmerkende symptomen is van de quarterlife crisis (2001:7). Bovendien beschrijven dertigers tal van andere klachten die zeker niet thuis horen in het rijtje van een ‘normale’ burnout. Ze zijn onzeker over hun identiteit, worstelen met levensvragen, hebben moeite met keuzes maken en ervaren bovendien een diep gevoel van verlies van contact met zichzelf (Robbins & Wilner 2001:5,7,10, Van Aggelen & van de Stolpe 2001:18,19). Door de diversiteit aan klachten is een eenduidige definiëring van het probleem van de huidige dertigers bijzonder lastig. Er is in de media dan ook een heuse wildgroei aan termen ontstaan om de ‘dertigerproblematiek’ aan te duiden. Naast de eerder genoemde ‘quarterlife crisis’[6] wordt veelvuldig geschreven over het ‘dertigersdilemma’[7], ‘dertigers-discrepantie’[8], de ‘yobo’[9] (young and burned-out), ‘dolende dertigers’ en de ‘dertigersdip’. Samenvattend zijn er dus twee belangrijke pijlers waaraan de eigentijdse psychische problematiek van dertigers herkend kan worden, namelijk klachten zoals die worden weggeschreven onder de noemer ‘burnout’ (c.q. ‘overspannenheid’[10]) entwijfels rondom de persoonlijke identiteit (zelftwijfel, dilemma’s, zingevingsvragen).

 

De terreur van de keuze - Hoewel burnout nog steeds als een beroepsziekte wordt gezien (Hoogduin et al. 2002:14 ), worden in recente journalistieke artikelen de oorzaken van de psychische problematiek van dertigers, zoals de hier bovengenoemde burnout-klachten en identiteitsproblemen, niet zo zeer in de organisatie maar vooral in de maatschappelijke context gezocht. Zo beweert Nienke Wijnants, zelf dertiger en promovenda aan de UVA, dat dertigers tegenwoordig “in paniek” raken door de vele opties en kansen in de huidige samenleving (in Intermediair 24 mei 2005). Verder zouden dertigers vaak torenhoge en onrealistische verwachtingen hebben van zichzelf, voortkomend uit het idee dat alles in het leven beheersbaar en maakbaar is (Van Slageren & Van der Steen 2004:82; Vinken in Intermediair 6 september 2003). Bovendien blijken dertigers gevoelig te zijn voor groepsdruk. Zij voelen zij zich ‘opgejut’ om overal aan mee te moeten doen en geen enkele kans te laten liggen (Intermediair 6 september 2003). Van der Kooij van werkgeversorganisatie VNO-NCW stelt dan ook dat jongeren te veel tegelijkertijd willen: “sporten, uitgaan, studeren, werken, en dat allemaal in 24 uur” (in Algemeen Dagblad, 31 augustus 2005).

In de ‘Veeleisende samenleving’ (2004), een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, wijzen de auteurs Breedveld & Van den Broek er op dat maatschappelijke ontwikkelingen als gevolg van het moderniseringsproces een aanzienlijke bijdrage leveren aan psychische aandoening, zoals burnout. In de moderne ‘gejaagde’ tijd volgen ontwikkelingen elkaar snel op, het dagelijks leven is een stuk complexer geworden en de talrijke opties in de ‘meerkeuzenmaatschappij’ zou psychische druk veroorzaken (Breedveld & Van den Broek 2004:17,18,26).

De achtergronden van deze problematiek hebben hun wortels in het moderniseringsproces, en het individualiseringsproces in het bijzonder, wat ertoe heeft geleid dat mensen zichzelf steeds minder zijn gaan ervaren als onderdeel van een groep of collectiviteit (Van der Loo & Van Reijen 1990:164). Mensen hebben zich hierdoor los weten te maken van traditionele sociale bindingen, zoals religie. De invloed van traditionele waarden en normen - zoals dit tot uitdrukking komt in allerlei richtinggevende kaders, voorgeschreven regels en ethische codes - nam daarmee aanzienlijk af. Tegelijkertijd werd de autonomie of zelfbepaling van het individu steeds belangrijker (Van der Loo & Van Reijen 1990:165). Dit betekent dat de individuele keuzevrijheid een alsmaar centralere waarde is geworden. De laatmoderne samenleving wordt daarmee afgespiegeld als een wereld vol onbegrensde keuzemogelijkheden waar individuen vrijelijk en geheel zelfstandig beslissingen nemen. Zelfs identiteit, wat in traditionele opvattingen werd bepaald door de sociale afkomst, is nu een persoonlijke keuze (zie o.a. Giddens 1991:80; Breedveld & Van den Broek 2004:29; Van der Loo & Van Reijen 1990:169).

Hoewel deze ontwikkelingen als gevolg van het individualiseringsproces door velen zijn bejubeld – het individu is immers in toenemende mate vrij en onafhankelijk geworden – wijzen verschillende auteurs ook op de nadelen. De franse moderne denker Emile Durkheim (1858-1917) voorzag dat individuen zich aan hun lot overgelaten zouden voelen (Durkheim in Van der Loo & Van Reijen 1990:172). De psychoanalyticus Erich Fromm (1900-1980) schreef zelfs over ‘angst voor vrijheid’ (1941). Hij stelde dat naar mate mensen meer vrijheden hebben verworven de vermogens om weloverwogen keuzes te maken, drastisch zijn afgenomen (Fromm in Van der Loo & van Reijen 1990:175). Bovendien, zo stelt de Britse socioloog Anthony Giddens (1991), hebben mensen - hoe paradoxaal dit ook mag klinken - de ‘plicht’ om te kiezen (Giddens 1991:81).

Volgens verschillende auteurs (Wijnants in Intermediair 24 mei 2005; Robbins & Wilner 2001; Schwarts 2004) zijn het vooral de huidige dertigers die de psychisch belastende consequenties van de toenemende keuzevrijheid ondervinden. Nienke Wijnants, die op dit moment een proefschrift voorbereidt over de keuzeproblematiek onder jonge volwassenen, ondervroeg 1262 dertigers waarvan 72 procent moeite bleek te hebben met het nemen van belangrijke levensbeslissingen. Wijnants noemt dit het ‘dertigersdilemma’. Er zijn te veel opties waar dertigers tegenwoordig uit moeten kiezen. Rationele keuzestrategieën voldoen dan niet meer waardoor kiezen extra lastig wordt, aldus Wijnants (in Intermediair 24 mei 2005). Sociologe Christien Brinkgreve (in Van Slageren & Van der Steen 2004:88) wijst eveneens op de verlammende werking van te veel keuzes. Brinkgreve stelt dat dertigers bang zijn om kansen te missen, alles willen meemaken en angstig zijn om de verkeerde keuzes te maken (Brinkgreve in Van Slageren & Van der Steen 2004:88). De Amerikaanse psycholoog en hoogleraar Barry Schwarts (2004) noemt dit de ‘paradox van de keuze’: hoe meer er te kiezen valt, hoe moeilijker het keuzeproces wordt en des te minder bevredigend is het uiteindelijke resultaat (2004:12/13). Loopbaanadviseurs Iet van Slageren en Barbara van der Steen (2004) merken een interessante paradox op: de dertigers die zij begeleiden in hun praktijk zijn vaak afhankelijk van een gevoel van “maximale keuzevrijheid” (Van Slageren & Van der Steen 2004:48). Aan de ene kant lijken dertigers dus ‘verslaafd’ te zijn aan vrijheid maar aan de andere kant weten ze zich geen raad met de enorme hoeveelheid mogelijkheden en kansen - aldus Robbins & Wilner, auteurs van Quarterlife crisis (2001:13). Bovendien ondervinden dertigers druk door het besef dat zij alleen zelf verantwoordelijk zijn voor het al dan niet slagen van hun ‘levensproject’ (Robbins & Wilner 2004:9; Brinkgreve in Van Slageren & Van der Steen 2004:88). De keuzevrijheid als gevolg van het individualiseringsproces gaat dus gepaard met een toenemende psychische belasting. Dit zou volgens de auteurs van het rapport ‘de veeleisende samenleving’ (Breedveld & Van der Broek 2004:34) een voedingsbodem vormen voor het ontstaan van burnout-klachten. 

 

Kiezen als expressieve waarde - Wat betekent kiezen eigenlijk? En wat is een dilemma? Volgens de Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman (1995) bevinden mensen zich in de ‘postmoderne’ samenleving permanent in een ambivalente situatie. In de opinie van Bauman zijn mensen ‘morele wezens’ die voortdurend moeten kiezen tussen ‘goed en kwaad’ (1995:2). Door ergens voor te kiezen, drukt een mens zijn of haar voorkeuren, wensen of ideeën omtrent het ‘goede’ uit. Echter, in de moderne samenleving namen externe autoriteiten, zoals de kerk, deze functie lange tijd over. Wat goed, belangrijk of waardevol was, bepaalden mensen niet zelf maar werd min of meer van buitenaf opgelegd. Maar door de afnemende invloed van traditionele kaders zijn er tegenwoordig geen pasklare antwoorden meer op belangrijke levensvragen (Bauman 1995:2). Dit betekent dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die ze maken. Dat maakt het ‘morele leven’ volgens Bauman inherent onzeker (Bauman1995:2). Dilemma’s zijn volgens Bauman dus niet alleen voorbehouden aan mensen in een bepaalde levensfase, zoals dertigers, maar behoren bij een leven in de geïndividualiseerde ‘postmoderne’ maatschappij.

            Wijnants, die het dertigersdilemma vergelijkt met een soort vervroegde midlife crisis, wijst echter op de uitzonderlijke situatie van dertigers. In deze levensfase worden mensen, naast de alledaagse keuzes, ook nog eens geconfronteerd met belangrijke levensbepalende beslissingen: “is dit de vriend(in) met wie ik verder wil en ga trouwen of toch maar samenwonen? Vertrek ik naar het buitenland of niet? Wel of geen kinderen? Nog maar een keer jobhoppen of is het tijd voor een serieuze baan?” (Wijnants in Intermediair 24 mei 2005). De eerder aangehaalde socioloog Giddens (1991) noemt deze belangrijke levenskeuzes ‘fateful moments’: dit zijn beslissingen die verregaande consequenties hebben en aldus bepalend zijn voor iemands ‘bestemming’ (Giddens 1991:113). Individuen worden hierdoor gedwongen na te denken, vaak in existentiële of morele termen, over fundamentele aspecten van hun bestaan - en dus over hun identiteit (Giddens 1991:203).

            Belangrijke levensbepalende veranderingen, zoals de dilemma’s waar dertigers mee worstelen, raken dus de ‘kern’ ofwel de identiteit van een persoon. Want ‘kiezen’ – of het nu gaat om levensbepalende beslissingen of de dagelijkse keuzes in het consumptieproces – is altijd een uitdrukking van de eigen identiteit (Giddens 1991:81; Breedveld & Van der Broek 2004:29). Anders gezegd: kiezen heeft een ‘expressieve’ waarde (Schwarts 2004:114). Fateful moments – zoals de dertigerdilemma’s – impliceren volgens Giddens daarmee eveneens een verandering op het vlak van de eigen identiteit (Giddens 1991:143).                 

            Een dilemma omvat dus niet alleen een complex keuzeproces tussen mogelijke opties, maar verwijst eveneens naar ontwikkelingen op het niveau van de identiteit. De identiteit is als het ware in ‘beweging’ en een dilemma drukt dit proces uit. Bovendien, zo werd aan de hand van Bauman zichtbaar, is kiezen als proces tevens verbonden aan de morele oriëntatie van een individu. Kiezen is altijd gerelateerd aan ideeën over wat belangrijk of waardevol is om na te streven en is daarmee ingebed in een moreel kader. Deze morele oriëntatie geeft aldus richting aan het keuzeproces. Echter, de invloed van traditionele kaders die het morele leven richting geven, zijn tegenwoordig behoorlijk afgezwakt. Wat is dan het oriëntatiepunt van de huidige dertiger? Met andere woorden, op basis waarvan geven zij hun leven richting en bepalen zij hun ideeën over ‘goed en kwaad’? Om hier inzicht in te krijgen, is het belangrijk de focus niet alleen gericht te houden op allerlei externe maatschappelijke ontwikkelingen als toenemende complexiteit en keuzevrijheid maar tevens te onderzoeken welke kernwaarden huidige dertigers als generatie onderschrijven.

 

Dertigers als generatie  - De generatie die in deze bijdrage centraal staat, is geboren na 1970[11] Er doen diverse, soms positief en soms negatief gekleurde, omschrijvingen van deze generatie de ronde.  Naast de ‘pragmatische generatie’, ‘generatie nix’, ‘generation Y’, ‘generatie positivo’ en de ‘internetgeneratie’ zijn er inmiddels ook benamingen die direct verwijzen naar de bovengenoemde keuzeproblematiek zoals ‘grenzeloze generatie’ en ‘generatie mix’. Het gaat hierbij grofweg om de generatie geboren tussen 1970 en 1990.

De huidige dertigers als generatie hebben aantal opvallende kenmerken. Volgens senioronderzoeker Marijn Lampert van het Amsterdamse onderzoeksbureau Motivaction, waar regelmatig mentaliteitsonderzoek wordt gedaan onder dertigers, zijn ‘vrijheid’ of ‘zelfbeschikking’ de belangrijkste kenmerken van deze generatie. Dertigers willen niet belemmerd worden in hun keuzes en proberen alle ballen in de lucht houden. Hierdoor is de tijdsstress, zo stelt Lampert verwijzend naar de vele jonge vrouwen in de WAO, enorm onder deze generatie (Lampert in Vrij Nederland 16 november 2002). Bovendien kan een doorgeslagen verlangen naar vrijheid er in resulteren dat dertigers het ‘vertikken’ om überhaupt te kiezen, wat ‘overvolle agenda’s’ en ‘onvervulde dromen’ tot gevolg heeft (Carp december 2004). Tegelijkertijd snakken dertigers volgens Lampert juist naar “het loslaten van de individualisering”. Dertigers zouden naast de hang naar vrijheid steeds meer opzoek zijn naar verbondenheid, veiligheid en beschutting (Lampert in Vrij Nederland 16 november 2002).

Een ander opmerkelijk kenmerk van de huidige dertigers is hun grenzeloze optimisme. Het is een generatie die weinig waarde hecht aan gezag en “die zich niet snel van haar pad laat brengen” (Lampert in Vrij Nederland 16 november 2002). Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist onder deze generatie nieuwe vormen van idealisme de kop opsteken (Vrij Nederland 22 oktober 2005). Het is voor deze groep tevens belangrijk om sociaal betrokken te zijn (Lampert; Vinken in Avantgarde april 2004). Het maatschappelijke en politieke engagement zou dan ook flink zijn toegenomen onder jongere generaties (zie o.a. Trouw 21 februari 2004 en Volkskrant 26 april 2003). Mensen geboren tussen 1970 en 1990 zijn dus weer meer idealistisch, zoeken naar zingeving en ontlenen zelfs status aan vrijwilligerswerk (Lampert in Avantgarde april 2004). De Nederlandse generatiesocioloog Henk Vinken (in Avantgarde april 2004) wijst er op dat deze ‘positivo’s’, die het maximale uit het leven willen halen, wel eens teleurgesteld kunnen raken. De quarterlife crisis ligt dan op de loer (Vinken in Avantgarde april 2004).

Opvallend aan het voorgaande is dat de huidige twintigers en dertigers, naast de enorme behoefte aan vrijheid, zich ook weer steeds vaker lijken te willen verbinden. Deze tendens wordt eveneens door de Stichting Maatschappij en Onderneming (SMO 2000), die uitvoerig onderzoek hebben gedaan naar de waarden van jonge volwassen, gesignaleerd. Volgens Van Steensel van het SMO (2000:58) zijn ‘autonomie’ of ‘vrijheid’ en ‘zelfontplooiing’ nog steeds kernwaarden van de ‘internetgeneratie’, net zoals de voorgaande generatie geboren rond de jaren ’60. Echter, doorgeschoten individualisme wordt door deze groep niet langer gewaardeerd. Van Steensel schrijft over een nieuwe paradigma waarin autonomie of vrijheid alleen onvoldoende basis vormen voor de samenleving en voor de ontwikkeling van een ‘evenwichtige identiteit’ (Van Steensel 2000:56). Vrijheid om ‘je eigen ding te doen’ moet voor deze generatie op een zinvolle manier tot uitdrukking worden gebracht. Dit betekent dat zelfontwikkeling eveneens iets moet bijdragen aan de maatschappij als geheel. Zelfontplooiing heeft volgens Van Steensel daarmee een andere betekenis gekregen dan in de jaren ’60. Dit veronderstelt nu immers ook ‘inbedding’ in sociale verbanden (Van Steensel 2000:58). Vrijheid en verbondenheid lijken voor deze generatie dus geen tegenpolen meer te zijn. Authenticiteit is daarbij volgens Van Steensel de omvattende, centrale waarde:

 

Authenticiteit is het ideaal van de internetgeneratie. Om dit te verwezenlijken, dienen beide componenten van identiteitsvorming, inbedding en individualisme, de plaats te krijgen die hun toebehoort. Binnen een authentiek persoon zijn beide componenten in belangrijke mate geïntegreerd” (Van Steensel 2000:58).

 

Het is naar mijn idee nog maar de vraag in hoeverre kernwaarden als ‘autonomie’ en ‘authenticiteit’ alleen zijn voorbehouden aan de generatie die nu rond de dertig is. Zo heeft er in de Nederlandse cultuur volgens de auteurs van het SCP rapport Moraal in publieke opinie (Bekker et. al. 2004) tussen halverwegezestiger en halverwege zeventiger jaren een omslag plaatsgevonden in dedominerende waarden. Als gevolg van de ontkerkelijking in Nederland, ook wel secularisering genoemd, werden oude waarden als gehoorzaamheid, conformisme, soberheid en eerbaarheid steeds vaker vervangen door nieuwe waarden als vrijheid, individualiteit, zelfontplooiing en authenticiteit (Bekker et al. 2004:29,30). De Canadese maatschappijfilosoof Charles Taylor (2003), die deze ontwikkeling waarneemt in de hele westerse geïndividualiseerde samenleving, interpreteert de omslag in waarden eveneens in het licht van de seculariseringsproces. Volgens Taylor begeven we ons in een nieuwe fase van het religieuze leven. Vanaf de jaren ’60 domineert het ‘expressief individualisme’, geleid door de ‘cultuur van authenticiteit’ (1994:30). Het expressivisme, wat op zich niet nieuw is, stamt voort uit de Romantisering. Dit is een 18deeeuwse stroming waarin vooral kunstenaars en intellectuelen zochten naar authentieke bestaanswijzen (Taylor 2003:75). Nieuw is echter volgens Taylor dat de zoektocht naar authenticiteit nu een massaverschijnsel is geworden (Taylor 2003:76). Dit betekent dat het spirituele leven in de geïndividualiseerde maatschappij niet langer is verbonden aan een ruimer kader of gemeenschap, zoals de kerk. Steeds meer mensen geloven in ‘god’ of een andere hogere entiteit zonder dat zij zichzelf als religieus beschouwen. Spiritualiteit is daarmee eveneens een persoonlijke keuze, geheel in overeenstemming met de eigen authentieke manier van leven (Taylor 2003:86). Het expressief individualisme is volgens Taylor sterker onder jongeren en diegenen die gevormd werden in de jaren ’60 en ’70, maar lijkt overal in de geïndividualiseerde westerse cultuur stelselmatig te groeien (Taylor 2003:81). Huidige twintigers en dertigers lijken zich dus in sterke mate te laten leiden door het typisch moderne beginsel ‘autonomie’ of ‘zelfbepaling’, en de ‘cultuur van authenticiteit’. Wat houdt het ideaal van authenticiteit precies in?

 

Het authenticiteitsideaal - De bovengenoemde filosoof Charles Taylor (1994) stelt dat het beginpunt van het ideaal van authenticiteit ligt in de Romantisering en de achttiende-eeuwse opvatting dat mensen “begiftigd zijn met een moreel zintuig”, een vanbinnen uit gevoeld besef van ‘goed en kwaad’ dat wordt ervaren doormiddel van intuïtie of een ‘innerlijke stem’ (Taylor 1994:37). Volgens Rousseau, één van de belangrijkste pleitbezorgers van het romantische gedachtegoed, dienen mensen opnieuw in contact te treden met deze ‘innerlijke, natuurlijke stem’. De bronnen die mensen vertellen wat het juiste is om te doen, bevinden zich diep vanbinnen[12]. ‘Zelfcontact’ kreeg daarmee volgens Taylor een morele betekenis (1994:40). Naast Rousseau was de Duitse romanticus Herder eveneens een belangrijke vertolker van het ideaal van authenticiteit. Hij had de opvatting dat ieder mens uniek is en een eigen ‘maat’ heeft. In het licht van deze uniciteit dienen mensen hun eigen originele levenspad te bewandelen (in Taylor 1994:40). Authenticiteit veronderstelt dus dat mensen hun eigen bestemming vinden, zonder al te veel bemoeienis van de omgeving:

 

“In die opvatting heeft elk van ons zijn of haar manier om de eigen menselijkheid te realiseren en het is belangrijk die eigen weg te vinden en ernaar te leven in plaats van zich te onderwerpen aan een model dat van buitenaf, hetzij door de gemeenschap of door de vorige generatie of door een religieuze of een politieke autoriteit, is opgelegd” (Taylor 2003:77).

 

Volgens Taylor wordt koersen op kompas van anderen vanuit het ideaal van authenticiteit ervaren als een verloochening van de eigen unieke manier van ‘mens-zijn’. Hierdoor wordt de morele kracht van het ideaal van authenticiteit zichtbaar: mensen voelen zich geroepen trouw te blijven aan zichzelf (Taylor 1994:40). Huidige dertigers die authenticiteit als kernwaarde onderschrijven, ervaren dus wellicht hun morele oriëntatiepunt – het punt van waaruit beslissingen worden genomen – diep vanbinnen. Het is voor individuen die authenticiteit als waarde omarmen geen kwestie van zich niet willen aanpassen aan externe eisen en verwachtingen, maar, zo betoogt Taylor:

 

Ik kán zelfs het model om na te leven niet buiten mijzelf vinden. Ik kan het alleen vanbinnen vinden. Trouw zijn aan mijzelf betekent trouw zijn aan mijn eigen originaliteit, en dat is iets wat alleen ík onder woorden kan brengen en ontdekken. Door het onder woorden te brengen, definieer ik ook mijzelf. Dat is de achtergrond van het moderne ideaal van authenticiteit (…)” (Taylor 1994:41).

 

Authenticiteit is verstrengeld met autonomie, eveneens een waarde die de huidige dertigers lijken te omarmen. Het is dan ook belangrijk de relatie tussen beide kernwaarden inzichtelijk te maken.

 

Autonomie en authenticiteit – Autonomie en authenticiteit zijn twee verschillende idealen die zich in de loop van het moderniseringsproces samen hebben ontwikkeld en sterk met elkaar verbonden zijn (Taylor 1994:73; Chen 2004:5; Ferrara 1998:6; Guignon 2004:150). Autonomie is het idee dat mensen vrij zijn wanneer ze zelfstandig beslissingen nemen zonder externe beïnvloedingen (Taylor 1994:39). De gelijkenis met authenticiteit is duidelijk: dit is tevens een project van vrijheid. Alleen een zelfsturend, autonoom persoon heeft de capaciteit zijn of haar originaliteit ‘neer te zetten’ en te ontwikkelen zonder al te veel inmenging van anderen (Taylor 1994:74; Guignon 2004:150). Maar ook omgekeerd, zo beweert de Chinees-Amerikaanse filosoof Xunwu Chen (2004), is authenticiteit nodig voor de verdere ‘volmaking’ van autonomie. Zonder authenticiteit is autonomie slechts een idee, een lege verschijning zonder diepere betekenis:

 

“Free but inauthentic persons do not govern themselves. Instead others govern them. (…) They will live in anxiety such as anguish, forlornness, and despair. Freedom has its dark side, which needs to be illuminated by the light of authenticity (Chen 2004:5).”

 

Net als Chen beweren de filosofen Charles Guignon (2004) en Charles Taylor (1994) dat ‘vrijheid’ – het idee waar autonomie op gestoeld is – als hoogste levensdoel weinig betekenis heeft. Vrijheid wordt niet als waardevol ervaren omdat het een doel is, maar omdat het als middel mensen de mogelijkheid verschaft dingen na te streven die ze echt belangrijk vinden (Guignon 2004:44/45). Zodra het accent verschuift naar ‘vrijheid van keuze’ als belangrijkste ideaal, verliest het iedere betekenis (Taylor 1994:48; Guignon 2004:44). Het gaat dan niet meer om de waarde die wordt uitgedrukt met een bepaalde keuze, maar er vindt een verschuiving plaats naar de bevestiging van de keuze zelf (Taylor 1994:48). Hierdoor worden alle alternatieven als min of meer gelijkwaardig ervaren. Als ‘zelfkeuze’ het hoogste doel is en alle opties even belangrijk zijn, wordt kiezen als proces nogal zinloos (Taylor 1994:74; Guignon 2004:44; Chen 2004:5).

            Bovendien, autonoom keuzes maken impliceert dat mensen inzicht hebben in hun eigen gevoelens, verlangens of wensen (Guignon 2004:150). Dit veronderstelt ‘zelf-contact’ - een essentiële ‘voorwaarde’ voor authenticiteit (Chen 2004:10-13). Zonder een verbinding met de dieper gevoelde waarden en overtuigingen wordt het keuzeproces stuurloos. Anders gezegd: autonomie zorgt er voor dat een mens zelf kapitein is op zijn of haar schip. De rol van authenticiteit daarbij is die van navigator of routeplanner. Authenticiteit bepaald de koers die gevaren moet worden en stuurt daarmee het keuzeproces in een bepaalde richting. Een verschuiving naar vrijheid of autonomie als belangrijkste waarde ondermijnt daarmee elk gevoel van richting of ‘bestemming’ (Taylor 1994:74; Guignon 2004:46).

            Als dertigers afhankelijk zijn van een gevoel van vrijheid (Van Slageren & Van der Steen 2004:48), maar daar geen authentieke invulling aan weten te geven, is het hele idee van zelfkeuze nogal onbeduidend. Door deze ontaarde vorm van authenticiteit, waarin het accent te veel is opgeschoven naar vrijheid als belangrijkste waarde (Taylor 1994:39), wordt het leven van dertigers in de complexe meerkeuzenmaatschappij stuurloos en grenzeloos. Wellicht vormt deze accentverschuiving een belangrijke achtergrond van de eigentijdse psychische problematiek van dertigers.

 

Praktijk – Er hebben 12 respondenten aan het onderzoek deelgenomen, 8 vrouwen en 4 mannen. Alle respondenten zijn tussen de 27 en 33 jaar oud. De respondenten voldoen aan de eerder genoemde criteria voor burnout (in Hoogduin et al 2002:14). De duur van de klachten variëren vanaf 6 maanden tot bijna twee jaar. Alle respondenten zijn als gevolg van deze klachten volledig uitgeschakeld geweest en hebben gedurende langere tijd (langer dan 2 maanden) niet volwaardig gewerkt. De respondenten hanteren verschillende terminologieën ten aanzien van hun burnout-klachten. Naast burnout wordt gesproken over ‘bijna-burnout’ en ‘overspannenheid’. In 8 gevallen is de diagnose ‘burnout’ door een behandelend arts gesteld, in de overige gevallen werden er ‘verschijnselen van burnout’ geconstateerd of een duidelijke diagnose ontbrak. Alle deelnemers waren werkzaam en functioneerden naar behoren toen de burnout-klachten ontstonden. Alle respondenten zijn kinderloos, 8 deelnemers hebben een partner.

Doormiddel van halfgestandaardiseerde interviews zijn vanuit verschillende invalshoeken (organisationeel, maatschappelijk, individueel en cultureel) vragen gesteld over de achtergronden en aanleidingen die de burnout-verschijnselen hebben veroorzaakt. Bovendien werd gevraagd naar gehanteerde oplossingen om te herstellen en advies voor andere dertigers na deze ervaring. Naast het diepte-interview zijn een aantal stellingen voorgelegd waarin onder andere specifiek gevraagd is naar de vermeende keuzeproblematiek van dertigers.

 

Resultaten - Uit de interviews blijkt zonder uitzondering dat een complex aan factoren de aanleiding vormt voor het ontstaan van de psychische problemen bij dertigers. Voor een aantal respondenten (5) veroorzaken privéomstandigheden, zoals een verbroken relatie of verhuizing, burnout-klachten. In bijna alle gevallen (10) spelen werkgerelateerde factoren, zoals een hoge werkdruk, onvoldoende zeggenschap, weinig voldoening of gebrek aan sturing een rol[13]. Daar dient echter bij opgemerkt te worden dat door de respondenten zelfbenoemde karaktertrekken als subassertiviteit (9 keer genoemd), perfectionisme (7) en onzekerheid (5) wellicht een belangrijke voedingsbodem vormen voor de jacht naar waardering en het grenzeloze doordraven op het werk. Opmerkelijk is het relatief hoge aantal deelnemers dat zichzelf als hoogsensitief (6 keer genoemd) omschrijft. Deze respondenten zouden daardoor sneller ‘overprikkeld’ raken en gevoeliger zijn voor sfeer op het werk.

Naast deze persoonlijke en werkgerelateerde omstandigheden worden de resultaten in het hiernavolgende expliciet vanuit een sociaal-cultureel perspectief geanalyseerd en in verband gebracht met de theorie. 

 

Authenticiteit als innerlijk kompas in een complexe samenleving - Voor de geïnterviewden blijken maatschappelijke factoren zoals het wegvallen van traditionele kaders, de toenemende individuele vrijheid en het complex aan mogelijkheden en kansen waaruit dertigers tegenwoordig kunnen kiezen alleen in de periferie een rol te spelen. Uit de stellingen, waarin nogmaals expliciet werd ingezoomd op de bovengenoemde ontwikkelingen, komt naar voren dat voor 2 respondenten de vele keuzemogelijkheden twijfels en onzekerheid veroorzaken. 8 deelnemers vinden het nemen van de juiste beslissing als gevolg hiervan moeilijker. 4 respondenten ervaren onzekerheid door de afnemende invloed van tradities en richtinggevende kaders, de overige deelnemers vertalen deze ontwikkeling in termen van meer kansen en mogelijkheden voor het individu. Er is niet specifiek gevraagd naar het ondervinden van dilemma’s maar uit de interviews wordt zichtbaar dat er regelmatig levens- of zingevingsvragen opduiken ten tijde van de burnout-klachten. Deze vragen concentreren zich vooral rondom de eigen identiteit. In geval van enkele respondenten is er nadrukkelijk sprake van de zogenoemde dertigerdilemma’s (Wijnants in Intermediair 24 mei 2005). Zelftwijfel wordt door de respondenten niet in de eerste plaats ervaren als een gevolg van de talrijke maatschappelijke opties maar zou voortkomen uit een gebrek aan zelfcontact of zelfinzicht. Zo vertelde een deelnemer “als je jezelf kwijt bent dan ga je overal over twijfelen”. Een andere respondent voegt hieraan toe: “kiezen is geen probleem als je een goed zelfbeeld hebt en weet wat je wilt”.  

Verder wordt aan de hand van de interviews duidelijk dat de respondenten sterke sociale druk ervaren in de vorm van maatschappelijk opgelegde ideeën over ‘hoe het hoort’, verwachtingen van familie of vrienden, en gedragslijnen en prestatienormen op de werkvloer. Voorafgaand aan de klachten voelden de respondenten zich dan ook niet bepaald aangespoord om ‘trouw te blijven aan zichzelf’, zoals de maatschappijfilosoof Charles Taylor dit beweert in het licht van de ‘authenticiteitscultuur’ (Taylor 1994:30). De maatschappelijke norm waaraan deze jonge volwassenen wilden voldoen was juist die van ‘aanpassen’, ‘meedoen’ en ‘in de pas lopen’. Niet uniciteit maar uniformiteit was de oproep vanuit de samenleving in de beleving van de geïnterviewden. Dit maakt echter niet dat maatschappelijke omstandigheden de oorzaak zijn van de dertigerproblematiek. Zo geven een aanzienlijk deel (9) van de respondenten aan dat hun gevoeligheid voor omgevingsverwachtingen voortkomt uit een verlies of gebrek aan zelfcontact – een essentieel onderdeel van authenticiteit (Chen 2004; Taylor 1994). De deelnemers stellen dat ze door de “mismatch met zichzelf” zich te veel hebben laten leiden door anderen en over grenzen zijn gegaan. Oud-hockeyster en medeoprichtster van Paluka, een bureau voor de ontwikkeling van talent bij twintigers en dertigers, Inge van den Broek[14], bevestigt dit beeld. Volgens Van den Broek zijn veel dertigers die zij begeleid te weinig authentiek en zijn zij een “product of ‘slaaf’ geworden van verwachtingen en impulsen buiten henzelf”. De geïnterviewde dertigers hebben in hun eigen woorden dan ook: “rollen opgevoerd”, “mee gedraaid in de molen”, een “kunstmatige manier van leven” aangenomen en “het ritme gevolgd”, “zonder na te denken”. Deze respondenten hanteerden dus een “overlevingsstrategie” waardoor ze naar eigen zeggen “ver van zichzelf af zijn gaan staan” (7 keer genoemd).

In de behoefte aan zelfcontact schuilt echter een belangrijke moeilijkheid die mogelijk ook de achtergrond vormt van de psychische problematiek van dertigers. Zo geven drie respondenten aan dat in de huidige samenleving – in reguliere opleidingen bijvoorbeeld – nauwelijks aandacht wordt besteed aan de manier waarop individuen inzicht kunnen krijgen in hun eigen “gebruiksaanwijzing” of “handleiding”. Dit probleem wordt eveneens onderkend door Van den Broek. In haar opinie worden jonge volwassenen eenzijdig mentaal opgeleid wat onvoldoende weerbaarheid biedt in de hedendaagse complexe samenleving[15]. Geheel in deze lijn beweert Nienke Wijnants, die onderzoek verricht naar keuzestress onder dertigers, dat in een maatschappij met legio kansen en mogelijkheden rationele keuzestrategieën niet meer werken. In plaats van verstandelijke argumenten moeten dertigers om zich goed te kunnen oriënteren steeds vaker een beroep doen op hun gevoel. Dit verklaart volgens Wijnants ook waarom ‘vastgelopen’ dertigers zich veelvuldig wenden tot het alternatieve, spirituele circuit (Wijnants in Intermediair 25 mei 2005).

De onderzoeksresultatenbevestigen dit. De geïnterviewden geven aan dat zij naast een reguliere aanpak, zoals gesprekken bij een psycholoog of fysiotherapie, ook dikwijls baat hebben gehad bij yoga en meditatietechnieken (5 keer genoemd), haptonomie (4) en het lezen van spirituele zelfhulpboeken (6). Bovendien verwijzen talloze uitspraken van de respondenten – zoals “innerlijke stem”, “innerlijke kern”, “innerlijk kompas”, “eigen basis”, “eigen richtlijn” etc. – eveneens naar een alternatief, meer holistisch gedachtegoed waarin er vanuit wordt gegaan dat mensen een diepere essentiële ‘zelf’ hebben (zie o.a. Rogers 1961). Enkele interviews mondden zelfs uit in een soort pleidooi voor herstel van zelfcontact of authenticiteit: ‘trouw blijven aan jezelf’ zou ‘beter’, ‘gezonder’ en ‘belangrijker’ zijn dan je leven laten leiden door anderen. Het normatieve karakter van het ideaal van authenticiteit wordt hierdoor zichtbaar (Taylor 1994:28). Een aanzienlijk deel van de respondenten interpreteren hun burnout-verschijnselen dan ook als eenbelangrijk “leermoment” in hun leven of als een “signaal” om weer terug tekomen bij zichzelf. Vanuit die opvatting is de helft van de deelnemers naar eigen zeggen zelfs “blij dat het gebeurd is”. Het merendeel van de respondenten lijken aldus zin en betekenis te geven aan hun ‘crisisachtige’ ervaring in het licht van het ideaal van authenticiteit.

 

Conclusie - Door de recente aandacht voor de complexe meerkeuzenmaatschappij is er verwarring ontstaan over de oorzaken van de eigentijdse psychische problemen van dertigers, zoals verschijnselen van burnout, zelftwijfel en keuzestress. Vanuit een sociologisch perspectief worden de groeiende individuele speelruimte, het alsmaar uitbreidende aantal keuzes in de consumptiemaatschappij en de toenemende diversiteit aan maatschappelijke kansen als belangrijke redenen voor het ontstaan van psychische problemen aangehaald. Deze maatschappelijke ontwikkelingen vormen de context waarbinnen de dertigerproblematiek geplaatst moet worden, maar zijn daar niet de uiteindelijke oorzaak van. Het accent is in deze verklaringen te veel opgeschoven richting keuzevrijheid als achtergrond van de problemen.

          Zelfbeslissingen kunnen nemen, ofwel autonomie, is inherent verbonden met authenticiteit (Chen 2004; Guignon 2004). Met andere woorden, een bestaan in de huidige complexe meerkeuzenmaatschappij vraagt van mensen dat zij in verbinding staan met hun innerlijke waarden, hun eigen richtlijn. Door trouw te blijven aan de eigen waarden, waarheden en overtuigingen - wat zelfcontact impliceert (Taylor 1994; Chen 2004) - wordt autonomie op een unieke, betekenisvolle manier ingevuld. Authenticiteit voorziet dus in een persoonlijke oriëntatie waardoor grenzen worden afgebakend en het leven richting krijgt. Zonder deze authentieke invulling wordt het leven stuurloos, grenzeloos en ontbreekt ieder coherent gevoel van bestemming. Twintigers en dertigers raken als gevolg hiervan gedesoriënteerd en worden een speelbal van een vaak prestatiegerichte en veeleisende omgeving.

 

 

Noten


1. In verschillende bronnen (zie bijvoorbeeld Van Aggelen & Van de Stolpe 2001) wordt gemakshalve over ‘dertigers’ geschreven maar het gaat hierbij expliciet om de wat latere twintigers en begin dertigers (27 – 34 jaar oud).

2. Zie www.waho.nl. Dit is een stichting voor jonge vrouwen in de WAO.

3. De klachten concentrerenzich in Amerika vooral rond 25ste levensjaar, vandaar de verwijzing ‘quarterlife crisis’. In Nederland verschijnen de klachten later, zo tussen de 25 en 35 jaar oud.Deze groep wordt veelal aangeduid als ‘dertigers’.

4. Wijnants doet onderzoeknaar keuzestress bij dertigers en concludeert dat van de 1262 onderzochte respondenten 73 procent moeite bleek te hebben met het maken van keuzes (in Intermediair 24 mei 2005).

5. 27 tot en met 34 jaar.

6. Deze term is van Alexandra Robbins en Abby Wilner (2001).

7. Deze term is van NienkeWijnants. (Zie o.a. Intermediair 24 mei 2005).

8. Deze term is van Iet van Slageren en Barbara van der Steen (2004:67).

9. Deze term wordt o.a. gebruikt door Gerda Hamann (2004:15).

10. Bij klachten die langer duren dan 6 maanden wordt gesproken over ‘burnout’, klachten die korter dan 3 maanden duren worden onder de noemer ‘overspannen’ weggeschreven (Schaufeli & Bakker 2003:299).  

11.Dedoor mij geïnterviewde ‘dertigers’ zijn geboren tussen 1972 en 1978.                                                                       

12. Hierachter schuilt een perspectief op identiteit wat in een zekere mate essentialistisch is te beschouwen. Er wordt immers verondersteld dat mensen een diepere, ware kernidentiteit hebben. Dit staat lijnrecht tegenover meer constructivistische visies op identiteit die veronderstellen dat mensen helemaal geen vaste of stabiele kern hebben.

13. Deze resultaten bevestigen in grote lijnen de uitkomsten van andere onderzoeken waarin vanuit een organisationeel perspectief wordt gewezen op een hoge werkdruk, gebrek aan autonomie, te weinig waardering, gebrek aan sturing etc. als belangrijke oorzaken voor burnout (zie o.a. RMO 2002:62-65).

14. In het kader van het onderzoek heb ik Inge van de Broek geïnterviewd op 8 december 2005.

15. Uit het interview met Inge van den Broek, 8 december 2005.

 

 

Literatuurlijst

 

Aggelen, Roland & Eelco van de Stolpe (2001) Dertigers in crisis: werk en leven uit balans, herkennen en aanpakken, Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers.

Bauman, Zygmunt (1995) Life in Fragments: essays in postmodern morality, Oxford Blackwell Publishers.

Breedveld, Koen & Andries van der Broek (2004) De veeleisende samenleving: de sociaal-

culturele context van psychische vermoeidheid, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Centraal bureau voor de statistiek (2005), ‘Jong en toch al burnout’, in: Algemeen Dagblad,31 augustus 2005.

Chen, Xunwu (2004) Being and Authenticity, New York: Rodopi.

Dekker et al. (2004) De moraal in publieke opinie: een verkenning van ‘normen en waarden’ in bevolkingsenquêtes, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Ferrara, Alessandro (1998) Reflective Authenticity; Rethinking the Project of Modernity,London: Routledge

Giddens, Anthony (1991) Modernity and self-identity: self and society in the late modern age, California: Stanford

Guignon, Charles (2004) On Being Authentic, London: Routledge.

Hamann, Gerda (2004) Het generatiespel: werken met verschillende generaties, Haarlem:Schuyt & Co Uitgevers.

Hoogduin, Cees A.L. et al. (2002) ‘Burnout: klinisch beeld en diagnostiek in: C.A.L.

Hoogduin et al., Behandelingsstrategieën bij burnout, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Kooij, Roelf van der (2005) ‘Jong en toch al burnout’, in: Algemeneen Dagblad, 31 augustus2005.

Lampert, Martijn (2002) ‘De grenzeloze generatie’, in: Vrij Nederland, 16 november 2002.

Lampert, Martijn (2004) ‘Generatie positivo’, in: Avantgarde, april 2004.

Loo, Hans, van der &  Willem  van Reijen (1990) Paradoxen van modernisering, Muiderberg: Coutinho.

Raad voor maatschappelijke ontwikkeling (2002) Werken aan balans,  /?? Sdu Uitgevers

Robbins, Alaxandra & Abby Wilner (2001) Quarterlife crisis, the unique challenges of life in your twinties, New York: Tarcher/Putnam.

Rogers, Carl R. (1961) On becoming a person, Boston: Houghton Mifflin Company.

Schaufeli, Wilmar (2002) ‘Een stormachtige geschiedenis van een krachtige metafoor’, in:

C.A.L. Hoogduin et al., Behandelingsstrategieën bij burnout, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Schaufeli, Wilmar & Arnold Bakker (2003) ‘Burnout en bevlogenheid’, in Schuafeli, Wilmar et. al., De psychologie van arbeid en gezondheid, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Schwarts, Barry (2004) De paradox van de keuze: hoe te veel een probleem kan zijn, Utrecht:

Het Spectrum. [2004 The paradox of choice: why more is less, Harpercollins Publishers, vert. Hans Wassink].

Slageren, Iet van & Barbara van der Steen (2004) Leidinggeven aan dertigers: samenwerken met een veeleisende generatie, Soest: Uitgeverij Nelissen.

Steensel, K.M. van (2000) De internetgeneratie: de broncode ontcijfert, Den Haag: Stichting Maatschappij en Onderneming.

Stichting WAHO

Taylor, Charles (1994) De malaise van moderniteit, Kampen: Kok Agora. [1991 The Malaise of Modernity, Ontario: Stoddart Publishing, vert. Maarten van der Marel].

Taylor, Charles (2003) Wat betekent religie vandaag? Kapellen: Pelckmans.

Vinken, Henk (2002) ‘Generatie positivo’, in: Avantgarde, april 2004.

Wijnants, Nienke (2003) ‘Dertigersleed’, in: Intermediair, 4 september 2003.

Wijnants, Nienke (2005) ‘Hoe weet je wat je echt wilt?’ in: Intermediair, 24 mei 2005.

 

   

 

   

 

   

 

Contact | © Copyright 2006-2008