|
|
|
Puur (zomercolumn juli/augustus 2010)
Nu ik boven de dertig ben merk ik dat ik gezond leven steeds
belangrijker vind. Dus let ik op mijn voeding, sport ik regelmatig en probeer
ik goed voor mezelf te zorgen. Ook gebruik
ik sinds kort Chlorella tabletten voor een optimale opname van voedingsstoffen
(gemaakt van groene algen en ook geschikt voor uw huisdier…). Mijn
sapcentrifuge draait overuren en de verse vis en groente is niet aan te slepen.
Ik voel me daar prettig en gezond bij.
Afgelopen weken ben ik in Barcelona geweest. Daar weten ze
pas wat goed en vers eten is. Op de Marcat de la boqueria ligt het vol met de
meest mooie producten. Van gamba’s via grote tomaten tot biologische lasagne. Net
gevangen clams en enorme meloenen. Vol van smaak en rijk aan vitamines. We zijner dan ook praktisch iedere dag geweest om inkopen te doen. Ook in de strandtenten en in restaurants is het eten over het algemeen erg vers. Zelfs de nacho’s met emmentalerkaas lijken gezond te zijn...
Hoewel; ook in Barcelona is de ‘Amerikaanse trend’ te zien. Een trend van fastfood en hele grote porties. Aan de Rambla zit binnen eenstraal van 100 meter een KFC, McDonald’s en Burger King. Met daartussen zaken
met Donner Kebab en meer vet voedsel. Net als in Nederland eigenlijk. En hoewel
de McDonald’s tegenwoordig ook salade verkoopt en aangeeft hoeveel calorieën er
in een hamburger zitten, blijft het eten daar minder goed dan wanneer je hetvers bereidt.
Begrijp me goed: ik ben geen ‘freak’. Af en toe naar deMickeyD of Burgerking vind ik heerlijk. De trend die ik echter bespeur is dat
er tegenwoordig vaak uit gemak voor deze manier van eten wordt gekozen. Terwijl
zelf eten koken helemaal niet veel tijd hoeft te kosten. Overwicht wordt dan
ook een steeds groter probleem in Nederland. Ca 15% van de kinderen tot 15 jaar
heeft last van overgewicht en ongeveer 40% van de volwassenen. In Amerika isdit zelfs 65% en 300.000 doden per jaar.
Zelf heb ik een periode gehad waarin ik ook voor het gemakkoos. Veel onderweg voor mijn werk, lange dagen en ’s avonds vaak sociale
activiteiten. Wat was er dus makkelijker dan eten op halen of een maaltijd in
de magnetron te zetten? Toch voelde ik mij daar niet goed bij. Minder energie
en mindere concentratie. Een aanpassing in leefstijl zorgde voor een veel beter
gevoel. De sleutel tot succes is: gewoon doen en een kookboek met snelle en
gezonde gerechten... En gelukkig heb ik een vriendinnetje die dit ook belangrijkvindt, zodat we elkaar kunnen stimuleren als dat nodig mocht zijn.
Het is toch een bijzonder fenomeen die aandacht voor gezondleven. Je zou toch zeggen dat ieder mens gezond wil zijn en blijven en dat het
percentage mensen dat minder gezond leeft erg laag zou zijn. De vraag is waar
het is misgegaan. Het antwoord is bij het ontstaan van de individualistische
consumptiemaatschappij. Een wereld van sneller, hoger en verder waarin we het materiëleen het uiterlijk hebben laten prevaleren boven ons innerlijk en onze
gezondheid. Wat mij betreft is het dus zaak om meer aandacht te hebben voor
‘puur leven’. Zorgen voor jezelf en rust
nemen voor de maaltijd. Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan veel
Barcelonezen.
Angel (juni 2010)
Er zijn twee onderwerpen waarin mensen enorm van mening
kunnen verschillen. Waar ze urenlang over kunnen discussiëren zonder tot een
compromis te komen. Het ene onderwerp is op dit moment erg ‘hot’; voetbal.
Een vriend van me die in de webmarketing zit heeft na de
hamstringblessure van Arjen Robben een dag lang Tweets over dit onderwerp
gevolgd. Duizenden berichten kwamen voorbij. Variërend van flauwe grappen over
‘Robbeneiland’ tot vele mensen die hun zorg uitspraken over ‘onze’ kans om het
WK te winnen.
Het andere onderwerp waarover talloze meningen zijn is
muziek. Daar gaat deze column over. Over muziek en over emotie. Het is een
verhaal over mijn muzieksmaak en ook over verbinding en gevoel.
Ik ben geïnspireerd geraakt doordat ik een erg leuke meid
heb ontmoet. We hebben de afgelopen weken heel veel muziek naar elkaar gestuurd
en ik heb gemerkt dat muziek een
bijdrage kan leveren aan het ‘naar elkaar toe groeien’.
De liedjes die we elkaar sturen zorgen voor veel herkenning
(‘wat mooi, wist niet dat jij dat ook kende!’ of ‘dat nummer wilde ik je ook
net sturen!’). Daarnaast is het leuk om nieuwe muziek te leren kennen.
(On)bewust ben ik de afgelopen weken teruggegaan in mijn
(recente) verleden en heb ik vele mooie liedjes weer voorbij horen komen. Laat
ik beginnen met een paar liedjes die ik toegestuurd heb gekregen:
* Bløf en Fernando Lamerinhas met Abrace me. Schitterend,
gevoelig nummer.
* Seal, Fly like an eagle. Tijdloos.
* Frank Boeijen’s De Verzoening. Een van de beste
Nederlandstalige nummers ooit .
* Arrested Development, met Everyday People (jaja)
Mooie nummers? Of vind je juist van niet? Dat is het mooie
aan muziek: smaken verschillen. En muziek is uiteraard nauw verbonden aan je
stemming. En bij iedere stemming past een lied.
Ik kan best jaloers zijn op muzikanten die van die mooie
nummers schrijven. Dat je in staat bent om bijna poëtisch je gevoel onder
woorden te brengen vind ik prachtig. Een goed voorbeeld is De Verzoening.
Daarin zit de volgende tekst: ‘zijn wij samen niet sterker dan alles wat mij
bedreigt, ik sta klaar voor die strijd met als wapen de waarheid. En ik vraag
je; heb me lief.’ Er zullen mensen zijn die deze tekst niet begrijpen. Dat is
ook niet waar het om draait. Deze woorden moet je voelen.
Afgelopen woensdag was ik bij een voorstelling van Daniel
Lohues. Zijn liedjes zijn bijzonder mooi en zijn verhalen grappig. De teksten
van Daniel zijn een stuk eenvoudiger dan die van Frank Boeijen. Hij is in staat
om eenvoudige taal te gebruiken. En zoals ik in de column over mijn helden heb
geschreven bewonder ik die gave. Een voorbeeld (in het Drents, de taal waarin
hij zijn liedjes zingt): ‘Wies met joe, ik ben zo wies met jou.’ Een lied
waarin hij de liefde voor zijn vriendin bezingt.
Muziek werkt als een soort ‘versneller’ in het proces van
verbinding tussen mensen. Dat werkt zo in stadions waar duizenden mensen een
nummer heel hard meezingen. Je ziet het in kroegen waar 100 mensen heel hard
Hazes mee blèren. Het zorgt ook voor een verbinding tussen een man en een
vrouw. Dat komt doordat je met muziek ook gevoelens overbrengt.
En toen kwam het volgende nummer voorbij: Shaggy met Angel.
Ken je dat niet? Surf naar Youtube en je begrijpt direct wel gevoel bij dit nummer
komt kijken!
Filosofie (mei 2010)
Enige tijd geleden kreeg ik het boek “Nietzsche en Kant
lezen de krant” van Rob Wijnberg. Het boek heeft als ondertitel: denkers van
vroeger over dilemma’s van nu. Rob Wijnberg is een 27 jarige filosoof die reeds meerdere
boeken op zijn naam heeft staan. Hij
schrijft verhelderend en met humor. Bovendien heeft hij duidelijke eigen
opvattingen en dat mag ik altijd wel.
Een van de eerste verhalen die ik las gaat over keuzestress.
Voor mij een bekend thema. Mijn eerste column ging niet voor niks over dit
onderwerp. De vraag die hij de lezer stelt is: hoe kan de gevoelde
keuzevrijheid afnemen, naarmate het
aantal keuzemogelijkheden groter
wordt? Een zeer interessante vraag die vanuit filosofisch perspectief vrij
helder te beantwoorden is. Via de denkers Kant en Berlin leidt Wijnberg ons
naar de volgende zinnen: “Hoe groter het aantal keuzes, hoe kleiner het
verschil tussen die keuzes. En hoe kleiner het verschil tussen de keuzes, hoe
minder redenen er overblijven om het
ene boven het andere te verkiezen.”
Met andere woorden: keuzestress kan ontstaan doordat er geen
overtuigende redenen zijn voor een bepaalde keuze. En dan slaat de twijfel toe.
En, bij sommige mensen, de stress.
Tja,daar zit je dan met je goeie gedrag. Op basis van bovenstaande verklaring zou
je dus voor alle bewuste keuzes die je maakt duidelijke redenen moeten hebben
om je er goed bij te voelen, maar omdat er zoveel keuzemogelijkheden zijn is
het moeilijk om jezelf te overtuigen van een bepaalde keuze. Ik loop hier zelf
op dit moment weer tegenaan omdat ik bezig ben met het plannen van een
vakantie.
De eenvoudige vragen die beantwoord moeten worden zijn:
- Waar wil ik heen?
- Wat wil ik doen?
- Wanneer?
De laatste vraag is eenvoudig te beantwoorden: omdat mijn opdrachten in juli en augustus
vrijwel stil liggen ben ik gebonden aan deze periode.
Dan de vraag: wat wil ik doen? Daar wordt het al lastig. Het
lijkt me namelijk leuk om te gaan zeilen, aan het strand te liggen, te
mountainbiken, te klimmen, vrijwilligerswerk te doen, naar een wereldstad te
gaan, andere culturen te ontdekken, te trekken, een huis aan het strand te
huren en naar de bergen gaan om te wandelen.
Je kunt je voorstellen welk aantal keuzemogelijkheden de
vraag “waar wil ik heen” biedt.
Hiermee komen we bij de kern van dit verhaal: voorkeuren. Volgens Wijnberg wordt
keuzestress niet alleen veroorzaakt door een overvloed aan keuzes, maar ook
door een gebrek aan voorkeuren die het hebben van teveel opties veroorzaakt.
Of je dit nu als aanstellerij of als serieuze problematiek
beschouwt, de stelling brengt ons naar de kern van de quarterlifequest: daar
waar je je voorkeuren uit het oog verliest ontstaat de twijfel. En wanneer je
op verschillende vlakken in je leven je dromen en wensen uit het oog verliest
kan de stress toeslaan.
Gelukkig zit in de stelling over voorkeuren ook de oplossing
verborgen: de kern van het overwinnen van de quarterlife crisis is in mijn ogen
bewust leven. Bewust van je passies, gevoel, wensen en omgeving. Als
vertrekpunt je eigen voorkeuren nemen en
daar de juiste optie bij te zoeken. In plaats van uit een te groot aantal
keuzemogelijkheden naar de ‘juiste keuze’ op zoek te gaan. Geloof mij, de optie
die het beste voelt vind je op die manier niet.
Een van de dingen die mij helpt om bewust te leven is
schrijven. Niet alleen deze columns, maar ook af en toe in een notitieboekje.
Dat klinkt misschien wat soft, maar is voor mij een waardevol instrument
gebleken. 5 minuutjes per dag, soms een
paar dagen niet. En dan weer eens 10 minuten. Het heeft mij geholpen om me weer
bewust te worden van mijn voorkeuren.
Als je mij dus de vraag stelt: “wat wil je tijdens je
vakantie nu echt doen?” Dan is mijn antwoord: ergens een mooi appartement huren
(ik denk nu aan Barcelona of Toscane) en daar relaxen en af en toe ook flink
actief zijn. En zeilen heeft mijn voorkeur, dus ook dat ga ik veel doen
tijdens mijn lange vakantieperiode. Best fijn als je weet wat je voorkeuren
zijn!
Keith Bakker (april 2010)
Dit stuk gaat over helden. Of in ieder geval over mijn
helden. Mensen die ik bewonder om wie ze zijn. Personen die eigenschappen
hebben die ik ook zou willen hebben. Die dingen bereikt hebben die ik misschien
ook zou willen bereiken. Of zoiets. Want hoe definieer je “held”?
Volgens het woordenboek is een held iemand die “door moed en
door zielskracht uitmunt”. In een andere betekenis is een held een “halfgod”.
Ook staat held voor “iemand die bewondering verdient”. Dat bedoel ik er ook mee. Vooral het woord
“zielskracht” is in mijn definitie een
belangrijke. De meeste van mijn helden zijn mensen die vanuit een
achterstandsituatie iets uitmuntends hebben gedaan. Mensen die de bodem van de
menselijk incaseringsvermogen hebben aangetikt en vandaar uit naar grote hoogte
zijn geklommen.
Nelson Mandela is zo’n held. Iemand die 27 jaar
(zevenentwintig!) gevangen heeft gezeten en vervolgens een bepalende en vooral
verbindende factor is geworden in het verdrijven van de Apartheid en de eenheid
van het Zuidafrikaanse volk. Gracieus, ingetogen en wijs. Een man met een visie
en een missie. En vergevingsgezind, wat knap is gezien alle ontberingen die hij
op Robbeneiland heeft doorstaan. Zijn taalgebruik is eenvoudig. Geen hoogdravende woorden,
geen onbegrijpelijke zinnen, gewone taal die jij en ik begrijpen. In de
biografie “Mandela, over leven, liefde en leiderschap” staat dit mooi
beschreven: ‘als er iets gebeurde waar hij het niet mee eens was zei hij: Dat
is niet goed. Of dit nu iets kleins thuis was of op internationaal politieke
schaal, altijd zei hij dezelfde woorden om zijn ongenoegen uit te drukken.’ Dit eenvoudige taalgebruik vind ik een ontzettend knappe
eigenschap. Het is zo moeilijk om een ander duidelijk te maken wat je bedoelt,
zodat de ander je echt begrijpt. Mandela verstaat deze kunst (of eenvoudig
gezegd: Mandela weet precies hoe dit moet..)
Een andere held is Barack Obama. Voor een deel ook vanwege
zijn spreekvaardigheid. Maar ook, net als Mandela, vanwege het doel dat hij
zich voor Amerika gesteld heeft. En niets houdt hem van dit doel af. Een
prachtig voorbeeld hiervan is de Health reform bill die hij door het parlement
en de senaat heeft geloodst. Dat hij zich niet laat afleiden en blijft staan
voor waar hij in gelooft vind ik fantastisch. Heel anders dan veel politici in
ons land overigens.
Mijn derde held is Keith Bakker. Een aantal van jullie kent
hem misschien van het televisieprogramma Family Matters. In dit programma
begeleidt Keith met zijn team een aantal probleemgezinnen. Hij neemt ze mee
naar de bergen en in een combinatie van gesprekken en actieve buitensport
probeert hij de gezinnen hun problemen te laten erkennen en daarna op te
lossen. Waarom is hij een van mijn helden? Omdat ook hij in
fantastisch eenvoudige bewoordingen precies kan zeggen waar het op staat.
Helder en doortastend. Hij weet zich als geen ander te verplaatsen in de mensen
die hij tegenover zich heeft. En dat is niet voor niks: Keith Bakker is
jarenlang ernstig verslaafd geweest. Echt verslaafd, niet af en toe een
stickie. Hij heeft gebalanceerd op het randje van de dood en uiteindelijk het
besluit genomen te willen afkicken. Die ervaring zet hij nu in zijn
verslavingskliniek in, met veel succes.
Dit zijn drie van mijn helden. Ze hebben iets
gemeenschappelijk: ze zijn alledrie uit een dal gekropen. Ze zijn succesvol
geworden, zijn zeer goed in staat zich in anderen te verplaatsen en hebben
alledrie een bijna onverslaanbaar wapen: taal.
Deze column zegt veel over mij. Over eigenschappen die ik bewonder, over
eigenschappen die ik zelf bezit en zou willen bezitten. Ik spiegel mij aan dit
soort mensen. Niet omdat ik de illusie heb dat ik in hun voetsporen kan treden,
maar wel omdat ik niet kan nalaten dat op mijn manier na te streven…
De Keuze van de Kroeg
(maart 2010)
Het is onvermijdelijk: naarmate je ouder wordt ga je naar
andere kroegen. Je oude stapgedrag lijkt
niet meer te passen: de mensen zijn steeds jonger, je herkent de muziek niet
meer en er staan nieuwe barkeepers die gewoon minder vriendelijk zijn.
Of je het nu wilt of niet: dertigers zitten in andere tenten
dan (jong) twintigers. Vaak is dat je eigen keuze: discotheken waar je elkaar
nauwelijks kunt verstaan worden minder leuk. Onder het motto: “ik wil ook
gewoon een gesprek kunnen voeren” ga je naar een jazzcafe met relaxte muziek,
of naar een restaurant waar je ook een goede borrel kunt drinken. Sterker nog: soms wordt de voorkeur gegeven
aan een gezellige avond thuis (met spelletjes, een goede fles wijn en lekkere
hapjes), in plaats van een avond in de kroeg. Als je echt aandacht voor elkaar
wilt hebben, is dat natuurlijk veel leuker, zei de dertiger. Een ander argument
dat ik steeds vaker hoor is dat mijn vrienden niet meer de hele dag brak willen
zijn. Daarom dus maar wat eerder naar huis. Oude l@*&en J!
Ook Ik merk dat mijn stapgedrag verandert. Een borrel aan
het eind van de middag, gevolgd door een gezellig etentje vind ik veel leuker
dan een nacht doorhalen. Toen ik dit laatst tegen een paar vrienden zei, werd
ik geconfronteerd met de realiteit: “Je wordt ouder jongen…”. En ik maar
benadrukken dat het niks met ouder worden te maken heeft, maar juist met
veranderende voorkeuren. Hielp niks…
Maar nu het goede nieuws: laatst heb ik een plek ontdekt
waar alle leeftijden en soorten publiek door elkaar zitten. Waar de sfeer goed
is en de bediening uitstekend: jong en hip, niet te aanwezig, maar wel attent
en alert. Het gaat om koffiezaak Doppio. Hier is de beste koffie van het land
te krijgen.
Ik spreek er regelmatig af met vrienden of zakenrelaties. Of
ik ga er zitten werken, ik hoor en zie dan de mooiste dingen: groepjes
studenten zitten er naast bejaarde mensen en proberen hun brakheid kwijt te
raken. Moeders met jonge kinderen drinken hun cappuccino en snelle zakenjongens
sluiten deals onder het genot van een goede espresso. Echtparen die aan het
winkelen zijn eten een brownie en bespreken naar welke winkels zij nog willen
gaan. Of eigenlijk naar welke zaken zij
nog wil gaan en hoe lang hij dat nog
volhoudt. Verliefde stelletjes nemen een icecoffee met twee rietjes en
bespreken de dromen die zij samen hebben. En er zitten altijd mensen hun
krantje te lezen of naar hun Ipod te luisteren. En daar tussenin, aan de leestafel,
zit een jonge dertiger dus deze column te schrijven...
Sesamstaat (februari 2010)
Bert en Ernie zijn mijn favoriet, maar ook vergeetachtige
Jan, koekiemonster en supergrover vind ik geweldig. Als kind al rolde ik over
de grond van het lachen als Ernie weer eens niet kon slapen en Bert daarmee
lastig viel. Of als kermit de kikker van het Sesamstraat Journaal live getuige
was van de geboorte van een kuikentje, maar later zelf voor een kuiken werd
aangezien.
Prachtig. Leerzaam en leuk, voor kinderen een geweldige
combinatie.
Het aparte is dat ik Sesamstraat eigenlijk alleen maar
leuker ben gaan vinden. Sommige grappen hebben zowaar een dubbele laag en ook
de nieuwere sketches van meneer Aart (Pienjooh!) zijn best van een grote
schoonheid.
Natuurlijk komt er ook iets van nostalgie bij kijken.
Sesamstraat; da’s uit mijn onbezorgde jeugd in Noord Holland. Na het eten in de
pyjama kijken, omdat het programma toen nog om half 7 werd uitgezonden.
Sesamstraat staat voor zorgloosheid, plezier, geborgenheid en een fijn gezin.
Niet gek dus dat ik nog steeds een warm gevoel bij het programma krijg.
Ik dacht dat ik het alleen maar met Sesamstraat had. De
herhaling van de fabeltjeskrant doet me weinig. Pipo de clown heb ik nooit leuk
gevonden en Theo en Thea is van een latere periode. Bert en Ernie geven mij het
“kindgevoel”. En andere programma’s niet.
Totdat ik laatst op Youtube een vergeten held tegenkwam. Een
grappige, doortastende en enorm populair figuur. Geliefd bij jong en oud. Over
wie ik het heb? Loekie de Leeuw natuurlijk! “Asjemenou” is nog steeds een kreet
die je regelmatig hoort. Heeft Loekie geïntroduceerd. De Ster is toch de Ster
niet meer sinds Loekie in de ban is gedaan?
Ook hij geeft mij dat gevoel van vroeger, van natte haartjes
voor de tv. Noem me een nostalgische dertiger, maar ik heb in mijn favorieten
op de pc een compilatie van Loekie de Leeuw sketches staan. Een aanrader voor
iedereen die nog eens dat gevoel uit zijn jeugd wil ervaren.
Inzamelen maar (januari 2010)
In de week voor kerst vond in “mijn” Groningen 3FM Serious
Request plaats. Een week lang stond de stad in het teken van ophalen van zoveel
mogelijk geld tegen (of is het nou voor) malaria. De stad gonsde van de activiteit en overal
liepen bekende Nederlanders rond. Het voordeel van een studentenstad als
Groningen is dat er 24 uur per dag
mensen op de been zijn. Daarom was het bij het glazen huis steeds erg druk. En
“we” waren vast van plan om het record van 2008 te breken.
Er waren ongelooflijk veel initiatieven van bedrijven,
instellingen, overheid, kinderen, winkels, kroegen, bands,
studentenverenigingen en nog veel meer.
Een jongen uit het basketbalteam dat ik train heeft de
opbrengst van de “oudjaarsronde” van zijn krantenwijk gedoneerd. Veel vrienden hebben bier gedronken voor het
goede doel en een ander heeft met zijn band in een kroeg opgetreden ten behoeve
van de malaria.
Het is gelukt. Tijdens een zinderende finale, waarvoor
10.000 Groningers zich op de Grote Markt hadden verzameld, werd het
recordbedrag van 7.1 miljoen euro bekend gemaakt. Dat zijn bijna anderhalf
miljoen malarianetten! Een ongekend bedrag. Of toch niet?
Kijk, dat er zo’n dynamiek los komt is natuurlijk geweldig.
Ook ik vond het mooi om daar onderdeel van te zijn. Het geeft een gevoel van
saamhorigheid en ook van trots op m’n stadje. Maar tegelijk vraag ik mij af
waarom we per persoon (bedrijven niet meegerekend) 50 cent geven om deze
sluipende, moordende ziekte de wereld uit te krijgen. Waarom niet 1 Euro, of 2? Of werkt het zo
niet? Is 7 miljoen een magisch en fantastisch bedrag? Als ik kijk naar alle
activiteit en de sfeer op de Grote Markt zou ik zeggen dat het ook winst is dat
de Groningers nog dichter naar elkaar toe zijn gegroeid.
Maar toch; bij dit soort dingen knaagt er altijd iets aan
me. Dan ga ik nadenken en vergelijken. De overheid heeft vorig jaar 210 miljoen
uitgegeven aan een vaccin waar uiteindelijk 53 mensen aan zijn overleden. Na de
Tsunamiramp van 2004 is er meer dan 100 miljoen Euro opgehaald. Er waren
230.000 doden te betreuren. Jaarlijks sterven er ca. 1 miljoen mensen aan
malaria.
Of werkt het zo niet. Geldt gewoon; hoe dichter bij huis,
hoe meer het ons raakt, hoe meer geld we ervoor over hebben. Gaat het om de
tastbaarheid, de beelden van de ramp? De vloedgolf van 2004 staat nog helder op
ons netvlies. De vliegtuigen die zich in het WTC boorden ook. Een miljoen
malariadoden per jaar zijn niet zichtbaar.
Daar ga ik weer, dat weet ik best. De idealistische dertiger
die zich altijd afvraagt waarom we er niet meer uit kunnen halen, waarom we er
geen prioriteit aan geven om ziekte en ellende de wereld uit te krijgen. Ik heb
de afgelopen jaren geleerd om blij te
zijn met wat “we” voor elkaar krijgen
als er weer nationale acties zijn. Maar toch denk ik altijd dat we er meer uit
kunnen halen. Herkenbaar? Ik denk (hoop) het wel. Hou deze twijfel dan vast zou
ik zeggen. Want je moet er toch niet aan denken dat we ooit tevreden zijn met
onze nationale inzamelingsactiviteiten!
Hoeveel ik zelf heb gegeven? Bij elkaar denk ik zo’n 30
Euro. Of ik dit genoeg vind? Tuurlijk niet….
De weg van de kansen (december 2009)
“Toeval bestaat niet” hoor je mensen weleens zeggen. Een
mens dwingt kansen zelf af en als er iets moois gebeurd dan had het zo moeten
zijn. Lange tijd heb ik dit niet geloofd; dingen gebeuren of gebeuren niet en
soms speelt toeval een rol.
De laatste maanden begin ik echter steeds meer te denken dat
toeval inderdaad niet bestaat. Doordat ik een aantal keuzes in mijn leven heb
gemaakt, komen er dingen op mijn pad die daar niet gekomen waren als ik deze
keuzes niet zou hebben gemaakt. Een voorbeeld: ik heb ervoor gekozen om in de
zorg te gaan werken (als Trainer). Ook heb ik ervoor gekozen om deze columns te
gaan schrijven. En opeens kom ik in contact met een collega van het
loopbaancentrum in het ziekenhuis waar ik werk die een seminar over “het
dertigersdilemma” wil organiseren. Ze had mijn columns gelezen en vroeg mij een
rol te spelen bij het organiseren van dit minisymposium. Is dat toeval? Ik
geloof het niet.
Een ander voorbeeld: ik heb een droom. Over een aantal jaren
wil ik mijn eigen outdoor-trainingscentrum hebben. Om dat te kunnen realiseren
wil ik de komende tijd veel managementteams trainen, puur om mijn ervaring te
vergroten. Ik vertelde dit aan een vriendin die werkt bij een trainingsbureau.
Zij vertelde me dat haar organisatie een freelance Management Development (MD)
Trainer zocht voor 1 a 2 dagen per week. Ik kwam in contact met de directeur
van haar bedrijf en vanochtend heb ik definitief mijn eerste MD traject
vastgelegd.
Ben je nog niet overtuigd? Dan volgt hier een derde
voorbeeld: Een poosje geleden maakte ik de keuze om te stoppen bij mijn
toenmalig basketbalteam. Door omstandigheden wilde ik er niet verder spelen,
maar tegelijk was het vooruitzicht om helemaal op te houden met het spelletje
niet aanlokkelijk. Ik besloot dus dat ik een andere club wilde gaan zoeken. Een
paar dagen later ging de telefoon; een oud-teamgenoot die mijn oude jeugdteam
weer bij elkaar wilde halen. Of ik interesse had… Tuurlijk!
Wat wil ik nu eigenlijk zeggen met deze voorbeelden? Dat op
de weg die je kiest bepaalde kansen voorbij komen. Op andere wegen liggen
andere kansen.
Doordachte keuzes zorgen voor nieuwe mogelijkheden. En met
benutten van kansen kan je het (voorheen) onmogelijke mogelijk maken.
Het is mij overkomen en ik ben echt niet anders dan jij.
Daarom geldt ook voor jou dat de keuzes die je maakt aan de basis liggen voor
de kansen die je krijgt. En toeval heeft hier niks mee te maken.
Drillen of coachen (november 2009)
Ik ben al jarenlang een fanatiek basketballer. Mijn oude
jeugdteam is weer (grotendeels) bij elkaar en ondanks dat we geen 16 meer zijn
druipt het fanatisme ervan af. Natuurlijk zijn er soms jongens die niet kunnen
omdat ze geen oppas hebben of omdat ze hun nieuwe huis moeten opknappen, maar
als het even kan is iedereen er en spelen we of ons leven ervan afhangt.
Sinds augustus ben ik ook trainer van een jeugdteam. Jongens
van 15 tot 18 jaar oud. Ik geef training, samen met mijn vroegere jeugdtrainer
(Dick). Ontzettend leuk om te doen en niet alleen omdat we heel goed zijn.
De eerste trainingen moest ik wel even wennen. De afgelopen
jaren heb ik in m’n werk veel gecoacht en ik had tijdens de eerste trainingen
nog die coachingspet op. Dick niet, hij schreeuwde en drilde en voor de minste
of geringste overtreding moesten de
jongens sprintjes lopen. Nu speelt de zoon van Dick in ons team dus weet hij
beter dan ik hoe jongens van die leeftijd kunnen zijn. Hij vertelde me dat deze
jongens langzaam leren om zelf beslissingen te nemen over hun gedrag maar dat
ze soms ook flink aangepakt moesten worden om het uiterste uit zichzelf te halen.
Ik moest daar erg aan wennen en merkte dat ik een beetje in conflict kwam met
mijn innerlijke overtuigingen. Nu weet ik van mezelf dat ik soms te lief kan
zijn dus ik heb eens goed op de aanpak van Dick gelet en er veel van
opgestoken. Sterker nog: ik denk dat zijn aanpak in de wereld van
leidinggeven best zou kunnen werken. Het zou er niet leuker op worden maar wel
heel effectief. Iedereen die zich niet aan zijn taak houdt krijgt straf. Als je
te laat bent haal je de rest van de dag koffie voor de hele afdeling. En als je
klaagt werk je niet alleen zelf over maar je collega’s ook. Zoals iemand ooit
tegen me zei: “we zijn hier geen sociale werkplaats, als het je niet bevalt
sodemieteren ze maar op!” En aan de andere kant: als mensen goed werk leveren,
heel veel en duidelijk complimenteren en successen vieren.
Natuurlijk is dat niet de manier die ik voorsta, maar toch. Ik denk wel dat (vooral jonge) managers soms wat strenger mogen zijn. Als ze
maar duidelijk uitleggen wat ze verwachten en naast corrigeren ook belonen.
Rechtlijnig zijn heet dat geloof ik.
Werkt het bij de basketbaljongens? Ja! Ze ontwikkelen zich
snel en zijn en blijven bloedfanatiek. En ze hebben er (over het algemeen)
plezier in. Sterker nog: onze eerste wedstrijden hebben we goed gespeeld en
gewonnen.
Ik vraag me alleen 1 ding af: halen ze de motivatie uit
zichzelf of werken ze zo hard omdat ik het zeg? Want zodra mensen iets doen
omdat IK het wil, kunnen ze beter iets anders gaan doen….
Wakeboarden (oktober 2009)
Ik heb een nieuwe hobby; wakeboarden. Dat is snowboarden op
het water. Bij mij in de buurt is een waterskikabelbaan en laatst ben ik met
een heel goede vriend een uurtje gaan
boarden. Vind ik het leuk? Ja. Kan ik het al? Nee.
De outfit klopt; modieus boardshort, lycra-tje, zonnebril
(niet tijdens het boarden natuurlijk), surftas, the works. Daar ligt het dus
niet aan. We hebben ook echt lol samen, drinken na afloop een biertje
en hebben grote verhalen. Hij is getalenteerd vind ik. Ik dus minder en daar
kan ik niet zo goed tegen.
Over het algemeen pik ik nieuwe sporten vrij snel op. Zet me
bij een willekeurige balsport en ik doe moeiteloos mee. Zeilen heb ik opgepikt,
skiën en apres-skien ook. Zwemmen vind ik niet leuk en kan ik dus niet zo goed
(of is het andersom?). Wakeboarden lukt dus nog niet zo best.
De truc is om vanuit een zittende stand omhoog te komen,
terwijl je met een ruk het water uit wordt getrokken (0 tot 30 km per uur in 1
½ seconde). Je gewicht moet iets naar achteren en je board direct in de
vaarrichting. Maar wat doe ik; alsof ik in de sneeuw sta, druk ik de punt
van mijn board naar beneden, vol het water in. Tja, en dan word je gelanceerd.
En niet zo’n beetje ook.
Gelukkig is er een groot terras bij de start van de baan,
zodat iedereen goed kan zien dat je 5 meter weggeslingerd wordt. Daar sta je
dan met je mooie outfit. Met het board nog om je voeten zwem je als een hondje
naar de kant, met je helm half over je ogen. En alsof er niks aan de hand is
klim je het water uit en ga je in de rij staan voor de volgende poging.
En Nils; die ging vanaf de eerste keer als een speer. Alsof
hij het al jaren doet.
Maar ik geef niet op; komend weekend sta ik er weer en het
weekend daarna ook. Net zolang tot ik het onder de knie heb. Want volgend
voorjaar hebben we grotere plannen; wakeboarden achter een boot op de Friese
meren. Daar heb je pas veel publiek..!
“Naar aanleiding vanuw reactie” (september 2009)
De afgelopen weken heb ik verschillende keren gesolliciteerd
naar een leuke baan. Flink gezwoegd op originele en pakkende teksten, mijn cv
aangepast, foto erbij en mailen maar! Gelukkig ben ik een paar keer uitgenodigd
voor een sollicitatiegesprek. Maar een aantal keer ben ik ook direct afgewezen.
Onder meer voor de functie van manager bij stichting AAP. Wat leek me dat een
leuke job! Maar goed, ik heb geen ervaring met het managen van dieren, dus de
kans was bij voorbaat al klein.
Afwijzingen zijn over het algemeen erg deprimerend. Je ziet
het al aan de titel van de mail die je krijgt; “naar aanleiding van uw
reactie” staat er dan. Nou, dan weet je
al genoeg. “Helaas waren er andere kandidaten naar wie de voorkeur uitging. We
wensen u veel succes met het vervolg van uw loopbaan”. Thanks.
Wat nu mijn ontbrekende competenties of ervaring was, of ik
dichtbij een gesprek zat of er mijlenver vandaan wordt niet verteld. En dat
vind ik jammer. Ik weet dus niet wat ik zou moeten veranderen om bij een
vergelijkbare vacature een grotere kans te maken.
Gelukkig heb ik al een aantal sollicitatiegesprekken gevoerd
en heb ik net gehoord dat ik ben aangenomen, joehoe! Een mooie baan als Senior
Opleidingsadviseur bij groot ziekenhuis. Heb er twee leuke gesprekken gevoerd
waar ik een goed gevoel bij had. En zij ook gelukkig. Het is een baan die me
vooral heel erg leuk lijkt. Ik kan wel weer een zware managersrol gaan doen of
een functie waarin ik het hele land door moet en een paar honderd euro meer
voor krijg. Maar ik heb besloten vooral te doen wat ik leuk vind.
En daarbij komt dat ik ook nog wat tijd overhoud voor mijn
eigen bedrijfje. Want dat wil ik (nog) niet kwijt.
Dit herken je vast: vaak voel je direct wel aan of een
vacature of bedrijf bij je past. De sollicitatiegesprekken neigden soms zelfs
naar “ouwehoeren” en flauwe grappen maken. De klik was er dus. Na beide
gesprekken dacht ik; knappe vent (of vrouw natuurlijk) die dit beter doet dan
ik. Vol vertrouwen dus.
Dit vertrouwen ebde soms wel wat weg (ik ben een beetje een
twijfelaar), maar eerlijk gezegd kon ik me niet voorstellen dat ze een meer
geschikte kandidaat zouden vinden. En dat kwam omdat ik volledig mezelf was
tijdens de gesprekken. Ik wilde de baan erg graag, dat was wel duidelijk. Maar
ik wil ook werken in een bedrijf waar ik mezelf kan zijn en dat heb ik tijdens
de gesprekken uitgetest. En dat kan ik iedereen aanraden. Je moet er misschien
wat lef voor hebben, maar ik heb teveel verkrampte mensen in bedrijven gezien
die zichtbaar een rol speelden en niet gelukkig waren met hun werkomgeving. En
zo’n persoon wil ik niet zijn.
Dus nu is het feest! Al mijn vrienden die de
“help-Jasper-aan-een-andere-baan”-actie hebben gesteund ga ik enorm bedanken (ja, daar komt vast
alcohol aan te pas). En ik ga lekker
genieten van de komende 2 weken dat ik het nog wat rustiger heb. En dan…….
Keuzestress (augustus 2009)
Het is zaterdagmiddag en ik ben net thuisgekomen van 2 weken
vakantie met mijn broer(tje). Ik zit net in een “break van
een verhouding”. Niels heeft ook geen relatie en een vakantie leek me
een goede manier om de verstandhouding met mijn broer te verstevigen. En dat is, tussen het vele fietsen door, wat
mij betreft gelukt. We verschillen enorm van elkaar. Niet een klein beetje, maar
enorm. Ik ben de zoekende extraverte, sociale en impulsieve oudere broer. Hij
is de rustige denker, heeft veel humor, is een beetje dromerig en begint steeds
stabieler te worden.
Ook heb ik de twee weken Ardennen benut om nog maar weer
eens goed na te denken over de keuzes die ik wil maken. Carrièrekeuzes dit
keer. Ik heb mezelf de afgelopen jaren “ondernemer” genoemd. In de praktijk kwam dit vooral neer
op langdurige interim managementklussen, waarbij ik telkens weer met veel pijn
in mijn hart afscheid moest nemen van mijn leuke “tijdelijke collega’s”. Ik
deed veel moeite om klussen te verlengen, om langer in dezelfde omgeving te
kunnen zijn. Tja, hoe houd je jezelf voor de gek. Ik ben juist toe aan wat
stabiliteit en rust in mijn leven, in plaats van die continue onzekerheid over
nieuwe klussen en genoeg werk. Mooi, die keuze is dus gemaakt! Voorlopig dan….
Keuzes, keuzes, iedere dag weer. Ik zit op mijn bank met de
laptop op schoot en de televisie op de achtergrond, reclame. Vernieuwde Dreft;
“groen is het nieuwe schoon” (wat?!). Weer een nieuwigheid, weer een keuze. Of
toch niet; Dreft is toch gewoon Dreft en is altijd Dreft geweest. Of zouden er
echt mensen dag en nacht in de weer zijn om te proberen Dreft weer een tikje
beter te maken? Ik hoop het eigenlijk niet..
De afgelopen weken hebben we in België regelmatig op
terrasjes zitten lunchen. En daar viel me iets grappigs op; waar ik altijd de
menukaart uitgebreid bestudeer om te ontdekken welke nieuwe gerechten ik kan
proberen (je moet tenslotte alles een keer geprobeerd hebben), goed nadenk waar
ik zin in heb en altijd minimaal drie gerechten overhoud die me allemaal even
lekker lijken, neemt Niels altijd Omelet. Altijd? Ja, altijd. “Dan heb ik
tenminste geen keuzestress en bovendien vind ik omelet lekker en staat het op
bijna iedere kaart”. “Maar wil je dan geen nieuwe dingen proberen en variëren
in wat je eet” , vroeg ik niet begrijpend. “Nee” luidde het eenvoudige
antwoord, “En zeker niet als het me keuzestress geeft”.
Ja, zo kan het natuurlijk ook, lijkt me heerlijk, ga ik ook
proberen. Ik hoef die Belgische waterzooi niet, geen paling in ’t groen en geen
konijn met pruimen voor mij. Ik neem gewoon iets wat ik al ken en waarvan ik
weet dat ik het lekker vind. En de volgende keer neem ik dat gewoon weer. En de
keer daarna ook…
Bedenk me net: als ik dit jaar een leuke nieuwe baan vind,
kan ik nog 32 jaar bij dezelfde baas
werken, heerlijk!
|
Maandelijkse Column Joukje (2008)
Joukje Hylkema (1977) heeft de koe bij de horens gevat en het roer omgegooit. Ze doet nu wat ze leuk vind en wat ze zelf wil en heeft de quarterlifequests achter haar gelaten. In haar column beschrijft ze maandelijks vooral herkenbare situaties waarmee je te maken
kunt krijgen als je tussen de 20 en 30 jaar bent.
Joukje Hylkema is eigenaar van Tinksels communicatie & pr (www.tinksels.nl) en woont samen met haar man en twee kinderen.
joukje@tinksels.nl
Tot slot: 2008
Alles eindigt, alles stopt of alles houdt een keer op. Het
begint bij de dagelijkse dingen,
wekelijkse of maandelijkse. Ik besluit mijn reeks columns voor
Quarterlifequest vandaag, in december. Het zit erop. Ik hoop dat jullie mijn
verhalen met plezier en interesse hebben gelezen en vooral, dat je er iets aan
hebt gehad. Dat je een inzicht, vergelijking of idee hebt gekregen.
Het jaar eindigt; nog 9 dagen vandaag. Het voelt als een
soort apotheose, bijna spannend, omdat iedereen hetzelfde meemaakt. Een soort
samenhorigheidsgevoel zoals dat bij de tijd van kerst hoort. We kijken terug,
we denken aan het voorjaar, de zomer en de herfst. De warme zomer en de eerste
sneeuw die viel. We denken aan wie we dit jaar verloren hebben, aan wie dit jaar
als kleintje bij ons kwamen en bijvoorbeeld aan bruiloften. Voor mij was dit
wel een woelig jaar, als ik dat even met jullie mag delen.
Tinksels is geboren, mijn eigen bedrijf, mijn derde
‘kindje’. We zijn verhuisd met ons gezin, van stad naar dorp, van drukke
straten naar de rust van het buitengebied. Mijn lieve vriendin kreeg een
dochter, mijn andere vriendinnetje ging trouwen en ik mocht getuigen en mijn
schoonzusje krijgt volgend jaar een kindje. Allemaal mooie dingen waar liefde
in zit.
En de dingen gaan door, zoals dat moet. Mijn zoon werd vier
en mijn dochter vierder haar eerste verjaardag. We kenden wat tegenslag, maar
dat mocht geen naam hebben, het ging vooral erg goed dit jaar. Een gelukkig
jaar dus tot op heden.
Het slot betekent ook dat het leven eindig is. Mijn oude
lieve ‘beppe’ gaat dood. Mijn mobiel ligt de hele dag bij me, wachtend op een
telefoontje van mijn ouders. Ze is zo oud, 94 jaar en het is goed zo. Maar soms
wacht het leven nog even om om te schakelen naar de andere kant. Vanaf dat
moment gebeurt er iets belangrijks, vanaf het moment dat beppe sterft, zijn we
geen kleinkinderen meer, maar kinderen. Onze ouders zijn geen kinderen meer
maar echte opa’s en oma’s. En onze kinderen zijn de nieuwe kleinkinderen. Een
generatie stapt af en er vormt zich automatisch een nieuwe.
Mijn jaar eindigt dus waarschijnlijk met een verlies, maar
wel met mooie herinneringen aan het jaar, met een bijdrage aan jullie leven in
de vorm van deze columns. Lieve beppe, slaap lekker.
Tom en de Kaart (oktober 2008)
Excuus op de eerste plaats dat mijn trouwe lezers zo lang op
de oktobercolumn moesten wachten. Ik was op vakantie. Slecht excuus ‘dan had je
maar beter moeten plannen, iets in het voor moeten werken’. Ik wil in elk geval
graag iets kwijt over Tom.
Tom is tegenwoordig ieders vriend. Altijd mee: naar de
supermarkt, dagelijks mee naar het werk en mee naar de woonboulevard aan de
andere kant van het land. Tom vertelt je precies waar je langs moet. Handig,
als je zelf niet wilt zoeken of als je het lastig vind kaart te hanteren. Tom
navigeert je door dorpen en steden, over snelwegen en landweggetjes. Tom
navigeert je door het leven.
Daartegenover heb je de Kaart. Een passief stuk papier met
diezelfde landweggetjes, snelwegen dorpen en steden. Alleen hij laat je
zwemmen, door kanalen en meren.
Even terug naar mijn vakantie. Een prachtig toeristisch
stadje bekeken en terug naar onze stek; ik reed met onze zoon, schoonzus en
zwager in de auto en in de andere bolide zat Tom. Zijn berijders vertrouwen hem
en voeren blind om hem. Wij pakten de verfomfaaide kaart en zochten vlak 32 op;
van Bronkhorst naar Vierakker. Binnen no-time waren we terug, gewonnen! Tom arriveerde
later terwijl al aan de wijn zaten.
Tom navigeert mensen door het leven. Zegt precies welke
kruispunten je moet nemen en of je bij de T-slitsing links- of rechtsaf moet
gaan. De kaart zegt niets. Hij laat je zelf keuzes maken. Wil je Tom’s vriend
zijn of die van de Kaart? Het lijkt mij goed je eigen keuzes te maken, naar je
eigen gevoel te luisteren en te vertrouwen op je eigen intuïtie: de route in je
eigen leven. Ik houd van de Kaart. Wij zijn nog steeds van die mensen die met
een kaart door het land navigeren. Zonder Tom, die komt er bij ons niet in
(voorlopig). Het heeft wel iets, lekker kneuterig zoeken naar onze weg. Wij
komen er ook wel.
Volgende column lijkt me geen probleem, de deadline althans.
Ik heb geen vakantie gepland, wel een verhuizing. Verandering van spijs doet
eten. Daar zou toch inspiratie uit voort moeten komen?
Passie en de
vallende ster (september 2008)
Gisteravond had ik
een vrijgezellenfeest. Ik heb tijdens dit feest twee vrouwen ontmoet die
glanzen van oor tot oor. Ze zijn beiden smoorverliefd. Op hun werk. We zijn
allemaal gewend om na onze studie de baan te zoeken die bij die studie hoort.
Met als gevolg dat we eigenlijk keurig in een raamwerkje vallen van perfecte
werknemers in de juiste functie. En daar dan jaren in te blijven zitten.
Meestal gaat dit goed. Soms kies je een andere koers. Bij Edith en Ilse
kriebelde dit en ze voelden water stromen wat een zijvertakking zocht in de
grote stromende rivier.
Ilse liet zich
inspireren door de droom van haar man om ‘iets met de handen te gaan doen of
iets te verbouwen’. Het werd een wijngaard, één van de grootste van Nederland.
Ze oogsten dit jaar (hun achtste oogstjaar) zo’n 20.000 liter wijn. Santé!
Edith heeft
gisteravond voor ons gekookt. Voor negen dames heeft ze zich werkelijk uitgesloofd
en een heerlijke Italiaanse maaltijd neergezet. Vooraf aan die maaltijd hebben
wij als vriendinnen bij de bruid in spé buiten tafels neergezet en met
slingers, ballonnen en fakkels de tuin versiert. Edith zorgde voor tafellakens
tot roosjes op tafel. Werkelijk subliem! En erg sfeervol. We hebben genoten van
iets anders. Anders dan uit eten gaan. Iets doen wat meer bij gevoel dan bij
rationaliteit ligt.
Toen de koffie met
vijf soorten cake op was ging Edith weer naar huis. Ik voelde de sterke drang
nog even met haar mee te lopen naar de auto. En wat was ik blij dat ik dit heb
gedaan. Toen we nog even samen onder de carport stonden te praten keken we naar
de miljoenen sterren die de augustushemel sierden. En daar viel hij. Hij viel
en niet zo zacht ook. Een immens gele ster gleed langs de hemel en kreeg een
geel/rode staart. Nog nooit heb ik zo’n prachtige duidelijke vallende ster
gezien. Een heel duidelijk teken dat ik met een vrouw stond te praten die mij
op dat moment inspireerde met haar vak. Zij heeft passie voor haar vak. En dat
is zo belangrijk, doen wat je echt leuk vind. Het is natuurlijk een proces wat
zich niet van de ene op de andere dag voltrekt, maar wel iets met prachtig
resultaat. Ik herkende haar passie en samen met de vallende ster voelden we
samen passie van ons beider vak. Zij kookt en ik schrijf. Misschien moeten we
samen nog eens een boek schrijven…..
Ontwikkel je passie
en geef eraan toe. Durf ernaar te leven en maak er iets moois van. En kijk eens
naar boven, misschien valt er een ster op je bord. Dan mag je volgens de
traditie een wens doen. Wens dan passie en plezier…!!
Verlicht (augustus 2008)
28 Graden,
22.22 uur, kaarsje, rosétje en versgebakken brood met gekregen honing-tijm
mosterd. Dan is het lekkerder, als je het van iemand krijgt. Ik zit in m’n
eentje, maar ik voel me heel romantisch en het komt niet van de rosé, ik heb
het glas net ingeschonken. Wederom een perfect moment om mijn verhaal op papier
te zetten. Op een of andere rare manier wacht ik altijd tot de laatste dag van
de maand met het schrijven van mijn column.
Sinds vanavond
voel me Verlicht. Het boeddhisme omschrijft Verlichting ook wel als ‘ontwaking’
en ‘begrijpen’. Doen wat je roeping is, werkelijk jezelf zijn, leven vanuit je
hart, vanuit je diepste zijn onafhankelijk zijn, het (je) realiseren van
wie of wat je in wezen zelf bent. Ik voel me heerlijk, boven alles staand, de
wereld aankunnend. De laatste tijd inspireert zo veel mij, dat ik er soms gek
van wordt. In alle opmerkingen van mensen waarmee ik in gesprek ben,
advertenties in de krant of situaties waarin ik terecht kom voel ik een drang
om er iets mee te doen. Ik heb meer inzicht gekregen in de dingen, in de
woorden, de betekenis ervan. Het voelt alsof ik zweef, alsof alles wat ik echt
graag wil, ook echt gaat lukken. Alsof er maar een heel dun laagje vel over m’n
hart zit, en dat ik dat wat er in m’n ziel gebeurt, kan voelen. Ik barst uit
m’n voegen, wordt soms misselijk van ideeën voor projecten voor klanten of m’n
bedrijf. Ze komen bovendrijven als bubbels uit water. Projecten slagen stuk
voor stuk met vlag en wimpel. Het toverwoord van alles? Inspiratie.
En hoe kwam
het nu dat ik dit vanavond zag? Het licht zag? Ik wist dat Mathilde Santing een
nummer had, Inspiratie. Vanavond heb ik eens heel goed naar het lied
geluisterd, met de tekst erbij. En ik kreeg tranen in m’n ogen van blijdschap,
van geluk en herkenning. De laatste tijd voel ik me precies zoals de tekst van
het nummer gaat. Ik wil je hier graag in delen:
Hoe komt een idee ooit tot stand, kan z`on gedachte ontstaan.
Waar komt dat helder ogenblik, dat inzicht toch vandaan.
Dat komt door ons zin voor zin, gaven wij die woorden in, die fluisterden mij
toe.
Hoe kreeg jij ooit een idee, vroeg jij dat nooit eens af.
Het was de stem van een van ons, die jouw het inzicht gaf.[……]
De mens bereikt op die manier, het hogere niveau.[…..]
We noemen het inspiratie, adem van de geest.
En
dan opeens, midden in het maken van deze column stopt mijn computer, alles valt
uit. Daar zit ik dan, zonder muziek en bijna uitgebrande kaarsen. Beide
beentjes direct op de grond. Weg romantiek. Rotaccu, leeg. Weg Verlichting, weg
sfeer. Tja, zo is het leven ook naast die Verlichting. Er is gewoon toch echt
stroom nodig.
Het stille water (juli 2008)
Drie weken
gelden werd ik gewezen op het feit dat een verkeerde keuze maken zulke enorme
gevolgen kan hebben. Bijna eng en confronterend. Ik hoorde van heel dichtbij
het verhaal van een tragisch ongeluk. Vijf mannen hadden overdag een zakelijk
feestje gehad en borrelden op de warme zomeravond nog even door. Jan, zo noem
ik de hoofdpersoon in kwestie, wilde naar huis. Het was mooi geweest, de
werkweek zat erop en hij wilde naar z’n vrouw en vier zonen. De heren hadden
allemaal een borrel op, rebelsheid won het van verstand. Een van de andere
mannen had een snelle, hele snelle speedboot. Jan kon kiezen, of een uur wachten op de taxi
die hem veilig naar huis bracht, of met z’n vrienden mee zodat hij snel, via
het water naar huis kon. Hij twijfelde en twijfelde en nam uiteindelijk de
verkeerde keuze. Hij ging met de mannen mee op de snelle boot. Dit werd Jan
fataal. Door een tragisch ongeluk verloor Jan z’n kostbare leven; een gezin
kapot, een dorp verslagen. En dat allemaal door het maken van de verkeerde
keuze. Of Jan de keuze heeft gemaakt op basis van verstand of gevoel, dat zal
niemand weten.
Ik heb de
keus gemaakt om een eigen bedrijf op te zetten. Een keus op basis van gevoel,
puur gevoel. Een Friezin gaat niet over één nacht ijs. Afwegen, niet impulsief,
maar luisteren en twijfelen. En dan op een bepaald moment geeft dat nuchtere stemmetje
je in dat je links moet gaan. En dat deed ik. Voor mij was het de beste keus
ooit gemaakt. Eentje waarbij ik een level hoger leef. Beter leef.
Evelyn
schreef het al op deze site: “Bovendien is kiezen als proces tevens verbonden
aan je persoonlijke morele oriëntatie. Aangezien ideeën over goed en kwaad,
richtlijnen over ‘hoe het hoort’ en andere gedragscodes steeds minder in de
buitenwereld kunnen worden gevonden, zijn mensen dus sterk op zichzelf
aangewezen. Er wordt, met andere woorden, een beroep gedaan op je innerlijke
morele oriëntatie – je eigen waarden, overtuigingen en idealen. Dit
veronderstelt een goed zelfbeeld, veel zelfkennis en een gedegen zelfcontact”.
Als je in de
fase zit van twijfel, zoals een quarterlifecrisis kan zijn, niet wetende wat je
moet doen, luister dan. Luister naar jezelf en naar wat je gevoel je ingeeft.
Meestal heb je het bij het rechte eind. En laat je niet overtuigen door anderen
om mee het stille water op te gaan, zoals Jan deed.
Mijn doosje drugs (juni 2008)
Eindelijk, ik heb het gekocht. Al een tijd lag het naar me
te lonken. Vierkant, met bijna kitscherige afwerking. Ik houd daar helemaal
niet van, van kitsch. Overdreven, van alles te veel. Maar voor mijn doel het perfect.
Soms beschik ik over enorme hoeveelheden energie. Dan word ik er bijna
misselijk van, het voelt als een blokkade in mijn bovenlichaam. Ik krijg er een
verhoogde hartslag van en dan weet ik dat er een eruptie komt. Jammer genoeg
kan ik die tijdelijke energie niet kwijt. Je kunt namelijk niet altijd even
gaan rennen of schreeuwen. Gelukkig hebben we twee lieverds van kids, die het
natuurlijk heerlijk vinden dat mama soms lekker meedanst of zingt. Dus de
liedjes-cd weer aan, Jan Huigen in de ton met een hoepeltje erom en alledrie
vallen we op de grond: ‘nog een keer mama!’en hup, daar gaan we weer. Of uit
volle borst meezingen helpt ook om mijn hartkloppingen te temperen. Maar al
snel kropt alles weer op. En juist hiervoor heb ik een doosje gekocht. Een vierkant
kitscherig doosje zoals ik hierboven beschreef.
Het staat in mijn werkkamer, naast de computer. Er zit niets
in en er zal nooit wat in komen. Niets fysieks in elk geval. Als ik van die
momenten heb dat ik overstroom van energie, dat ik het niet kwijt kan, doe ik
het doosje open en stop denkbeeldig alle energie in dat doosje. Vervolgens doe
ik het deksel dicht en ga weer verder waar ik mee bezig was. Die momenten van
geluk, de wereld aankunnen, succes en blijdschap zijn heerlijk, ik zweef boven
de grond en iedereen om me heen profiteert van dit persoonlijke gevoel.
Maar na zonneschijn wil ook nog wel eens regen komen. Ik
bedoel, soms lukt het even niet. Je bent te druk, weet niet hoe je iets aan
moet pakken, je hebt energie of slaaptekort of een tekort aan werk. Je hebt van
die dagen dat alles misgaat, ’s ochtends wil je haar niet zitten, de melk is op
of in mijn geval, de kinderen slurpen de net ontstane energie alweer uit me.
Soms ben je even op. Een nachtje goed slapen wil vaak wel helpen, maar directe
hulp heb ik juist nodig. Om nu te grijpen naar onorthodoxe manieren, zoals wijn
of een snuifje, ben ik niet zo voor. Nooit gedaan en zeker niet de bedoeling.
Ach, ‘s avonds een glas wijn is wel lekker ontspannend en relaxed, maar moet
geen oplossing bieden.
En daar is doel twee van mijn kitscherige doosje: de
verzamelde energie komt nu heel goed van pas. Ik doe het dekseltje open en denk
even aan alle energie die ik er laatst ingestopt had. En neem dat tot me zodat
ik de wereld weer even wat gekleurder zie. Mijn persoonlijk snuifje, mijn drugs
in barre tijden. Na mijn inhalatie voel ik me meteen beter, ik kan de wereld
weer aan en ik besef dat het zo slecht nog niet gaat. Even diep zuchten en de
zon schijnt weer. Kom maar op met die onweersbui!
Leuke bijkomstigheid: nu weet iedereen in mijn omgeving waar
dat doosje voor is. En dat er toch iets inzit. Kijk maar ‘es, je zult zien dat
er een glimlach op je gezicht komt!
Romeo en Julia (mei 2008)
Terwijl ik in de zon lig op m’n handdoekje hoor ik de nieuwe
vader in spé kwetterend z’n vrouwtje roepen. Werkelijk de hele dag heen en
weer, met wormpjes in z’n bek, van grasveld naar het nestje waar z’n vrouw z’n
vier aanstaande merelkindjes uitbroed. Zij offert zich 24 uur per dag op om
alle warmte te geven aan de eieren in haar nestje zodat er straks sierlijke
kwetteraars uitkomen. Hij heeft verlof genomen en haalt de hele dag eten voor
haar. Het lijkt of hun wereld stil staat en momenteel alleen om hun kroost
draait. Romeo en Julia.
Twee mensen, hij 73 en zij 67, wonen in een appartement in
de stad. Zij lijd aan Alzheimer, hij verzorgt haar zo lieflijk dat je niet
anders kunt spreken dan van opoffering. Of is het trouw wat ze aan elkaar beloofd
hebben? Terwijl hij haar haar kamt, ligt zijn hand liefdevol op haar hoofd. Hij
doet haar haarband op grijze hoofd en trekt haar sokken aan. Streelt haar
voeten even. Nu, een jaar later, zit ze in een verpleeghuis en zorgen andere
mensen voor haar, omdat het thuis niet meer kan. Hij heeft nu wat meer tijd
voor zichzelf, moet wat meer rust nemen, maar kan hij dat? Na zoveel jaar voor
haar gezorgd te hebben? Dagelijks komt hij nu bij haar, ze herkent hem nog wel,
maar de ziekte heeft een behoorlijke greep op haar gekregen. Ze loopt niet meer
en praat erg slecht. Maar lacht als ze hem ziet en is nog net zo verliefd.
Wij , ouders van twee prachtige kinderen zijn ook druk met
het verzorgen van deze twee bengels. Van ’s ochtends acht tot ’s avonds half
acht in touw om ze het leven te leren en gezond en blij op te laten groeien.
Wij hebben bewust voor kinderen gekozen en willen leven mét hun, en natuurlijk
ook nog samen met ons tweeën. We genieten van hun wijsheid, ontdekkingen en
zien hoe groot ze alweer worden, ook al zijn ze nog maar drie en één jaar. We
halen enorm veel energie uit ze en ze zorgen ervoor dat relativering
belangrijker wordt. Maar soms is er weinig energie over en wil je even terug
naar jezelf. En wil je wat meer tijd dan na acht uur ’s avonds tot acht uur ’s
ochtends. Gelukkig hebben onze kinderen een hele lieve opa en oma die heel
graag een weekje de zorg over willen nemen. En daar lig ik dan. Op m’n
handdoekje in de zon in het gras. Ik hoef niks. De merel kwettert heen en weer
en brengt tientallen wormen naar het nest. Ik hoef vanavond niet verantwoord te
koken en luiers te verschonen. De man gaat wandelen met z’n vrouw, zodat we
weer wat prikkels krijgt om zo dat kleine, maar ook zo belangrijke beetje geluk
te proeven. Wij hebben even en paar dagen rust, maar de gewenning is zo
ingesleten dat ik die twee lieverds nu, op de tweede dag, al wel mis. En dat
mag ook.
Maar net als die merels en net als meneer Dogan heb je soms
wat tijd voor jezelf nodig. Meneer en mevrouw merel laten hun jongen straks de
wijde wereld invliegen en hebben snel weer tijd voor zichzelf. En wij kunnen
ook even bijtanken, even voor onszelf zorgen. Onszelf verwennen met tijd en
rust. Donderdag om een uur of twaalf, als onze bloedjes terugkomen sta ik tien
minuten van te voren al voor het raam. En ze zijn verandert in die paar dagen,
dikkere toet door oma’s verwennerij. Witte koppies en bruine gezichtjes door de
zon en vol verhalen. Moe en lekker slapen straks. En dan is vrijdag weer een
dag als alle voorgaande en onze rust is weer weg. Maar onze energietank is weer
vol. Wij kunnen het pinksterweekend in en genieten van wat we hebben.
Denk zo nu en dan eens aan jezelf, zorg soms even extra voor
jezelf en op die manier maak je weer wat extra energie aan!
Kiezen en knarsetanden (april 2008)
Bij het ontbijt begint het al; eet ik een muslibol met kaas,
een kom Kellog’s K met halfvolle melk, een boterham of fruit? Thee, optimel,
versgeperste jus of een glas melk? Als ik ga douchen heb ik de keus uit
verschillende doucheshampoos die bij ons in het doucherekje staan. Ik kies dan
de zeep waarvoor ik in de stemming denk te zijn die dag; de douchegel die
dezelfde geur als mijn parfum heeft, de scrubdouchegel met lotusbloemengeur of
de aloude bekende grote familiefles die mijn huid hydrateert?
Als ik naar mijn klant van die dag ga, kan ik bij de pantry
kiezen tussen ‘gewone’ koffie, cappuccino, espresso, Wiener Melange of
chocolademelk. Zelfs de sterkte van de koffie, het aantal vleugjes melk of
suiker valt aan te geven. Maar ben ik dan echt blij met mijn keuze? In de
kantine voor de lunch zit een alleraardigste dame achter de kassa die iedereen
op dezelfde manier te woord staat. Alleen bij die aardige overhemdenman zie ik
een lach om haar gezicht verschijnen. Een eindeloze keuze broodjes, beleg,
warme en koude snacks, vier verschillende soorten salades met elk een vlees- of
viskeuze en 4 soorten vruchtensappen. Als je tv kapot is, of zoals laatst mijn
stijltang, ga je naar de Mediamarkt of concurrent BCC en koop je een nieuwe. Hoewel,
gemakkelijk is dat niet, welgeteld 14 verschillende stijltangen en een drievoud
daarvan aan tv’s, verdeeld in plasmaschermen en lcd-tv’s.
Was het leven maar simpeler, hoefden we maar niet zoveel te kiezen.
Konden we ’s ochtends gewoon ons kloffie maar aantrekken en gewoon een boterham
met kaas eten en een kop thee drinken. Vroeger bij ons thuis (20 jaar geleden)
als we uit school kwamen zat m’n moeder klaar met thee. Geen rooibos of groene
thee, nee, gewoon met pickwickthee. Die met dat groene labeltje. En een trommel
tarwebiscuitjes. Van maandag tot en met vrijdag aten we aardappelen, groente en
een stukje vlees, met yoghurt na. Zaterdag kwam de macaroni op tafel en zondag
soep, karbonade en vla(!). Eenvoud, maar o wat heerlijk was dat. Ook voor m’n moeder.
Ze hoefde niet te kiezen wat ze ging koken, welke hoogstandjes en afwisseling
er nu weer van haar verwacht werden. Nee, gewoon de groente uit de tuin en
voldoende voedingsstoffen. Onze grootouders hadden het natuurlijk nog simpeler.
Natuurlijk kon armoede ook een grote rol spelen in de eenvoud en nog steeds
speelt dat bij gezinnen een grote rol. Veel keuze is een gevolg van welvaart en
is dat goed? Worden we hier gelukkig van? Een Zwitserse psycholoog heeft dit
fenomeen onderzocht en kwam erachter dat we helemaal niet zo gelukkig zijn als
we maar van alles te kiezen hebben. Integendeel: depressief worden we ervan.
En ik moet eerlijk zeggen: ik ben ook heel bij als Sonja B.
me een boodschappenlijstje, menu en recept in één boek voorschotelt. Lekker makkelijk,
niet nadenken wat ik moet koken. En dat ik online bij één winkel mijn kleding
kan kopen.
Soms wilde ik wel dat ik in vroegere tijden leefde; maar
goed, dan had ik nu niet de mooie momenten mee mogen maken en schreef ik niet knarsetanden
deze column omdat ik tijd tekort heb. Daarover later meer.
Big Ben opje voorhoofd (maart 2008)
Het lijkt
wel of iedereen je biologische klok hoort, ziet en je constant maar op dat
afgaande alarm wijst. Alsof het de Big Ben is waar iedereen elk uur op kijkt.
Als je langer dan twee jaar een relatie hebt, zo nog net voor je 30ste, vind je
schoonmoeder en vooral je buurvrouw, de telefoniste op de zaak of zelfs je
beste vriendin dat je een bevruchte eicel in je lichaam dient te hebben.
Althans, je moet daar nu toch wel over uit zijn, of je dat wilt, moeder worden.
Want dat hoort zo, toch? En het
allerergste is, als je al bent getrouwd word je iedere minuut op je strakke
buik gewezen: ‘komt er al een beetje een bolling’?
Maar goed,
het is geen discussie; je bent net begonnen aan een nieuwe baan. Je hebt net
die superkans gekregen, je baas ziet jou als enige in deze managementpositie en
die wil je zeker niet aan iemand anders afstaan. Zeker als vrouw niet. Deze
kans krijg je nooit meer. Zo nu en dan een trip naar het hoofdkantoor in Londen
en interessante seminars in Dusseldorf. En een riant salaris, met auto van de
zaak. Coole bak, je Patagonië-groene BMW 1 Serie 3-deurs, die wil je niet
missen.
Nee, er is
geen twijfel mogelijk, nu geen zwangerschap. Jullie hebben vrienden in Canada,
waar je eigenlijk nog wel naartoe wilt. Nu heb je de kans om die verre reis te
maken. Met een kind kan dat natuurlijk niet. Bovendien, Afrika heb je al gezien
maar naar de tempels in Bankok of dralen door Pokhara in Nepal wil je ook nog
graag.
En
eigenlijk, jullie willen eerst verhuizen van je 3-kamerappartement naar een
ruime 2-onder-1-kapper in een dorp. Dat is voor de kinderen natuurlijk veel
beter, als die er straks komen. Nee, nu dus geen kind, want dat kan niet in je
huidige woonsituatie.
Wat ben je toch
kritisch en je wilt alles zo tot in de puntjes gepland hebben! Ik herken het
wel hoor, ik had ook net een nieuwe baan en ‘ik kon het toch echt niet maken om
nu al zwanger te worden’. Maar een zwangerschap kun je niet agenderen. We
willen te veel plannen, organiseren en we moeten nog zoveel. Dat hoort bij de dertigercrisis
en de huidige maatschappij. De route van je leven zo precies mogelijk
uitstippelen, dat kan tegenwoordig.
Maar wat is
er nodig voor zo’n hummeltje? Liefde. Meer niet. Want als de liefde tussen
jullie er is, komt het met de rest ook wel goed. Denk je dat je die baan met
50-urige werkweek in 3 dagen kunt doen als je straks na je verlof weer aan het
werk bent? En hoezo, kind niet mee naar Canada? ’t Is maar net hoe gemakkelijk
je daarmee omgaat. Bovendien, in een appartement met twee slaapkamers passenouders en een kindje.
Het mooiste van alles is dat ik bij veel vrouwen in mijn omgeving zie - nu ze zwanger zijn of zijn bevallen - ze een stuk milder en
gemakkelijker zijn geworden. Een lopende agenda, druk en het leven strak in de
teugels, alles werd gepland. Zodra ze zwanger zijn, komt er een prachtige rust,
‘laissez-faire’ over hen heen. Ze worden relaxed en gemakkelijker. En ze zijn
zoveel leuker als mens. En die carrière? Ach, wat is nou belangrijk? Ik wil met
deze opmerking niet zeggen dat je als moeder geen werk meer van je zelf moet
maken, qua intellectuele uitdaging. Dat kan ook mét een kind. Maar dit hoeft
niet met wekelijkse zakenreisjes of overwerk gepaard te gaan.
Die druk
die de buitenwereld op je uitoefent is niet prettig. Een buurvrouw van je
moeder die al drie keer haar hand op je buik heeft gelegd en vraagt of je al
zwanger bent? Of bij dat ene glaasje water tijdens een feestje vraagt of het nu
eindelijk al zover is. Rot op, ik bepaal zelf wel wanneer mijn baarmoeder klaar
is.
Maar mag ik
je een tip geven? Luister heel goed naar jezelf, diep van binnen. En stel
jezelf de vraag: Wat vind ik nou echt belangrijk? En waarvan word ik echt
gelukkig? En zit er niet over in dat je eierstokken nog niet rammelen, tijd
geeft raad. Zelfs de Big Ben.
Multitaskingwoman (februari 2008)
07.19 ben ik wakker. 1 Minuut
voordat het alarm op mijn gsm afgaat. Ik trek m’n warme, zachte ochtendjas aan
en loop, op de tast, in het donker naar beneden. De verwarming zet ik alvast
wat hoger, dan is het straks als ik met de kids beneden kom, lekker warm. De
radio alvast zachtjes aan en een pannetje halfvolle melk op het vuur.
Ondertussen onze miauwende viervoeter naar buiten laten; het regent, ik weet
niet wat het beest bezield om met dit hondenweer naar buiten te willen; zij
liever dan ik. Oooohhh, de melk kookt over, kan ik weer opnieuw beginnen. Snel
maak ik een papfles en voed een hongerig mondje. Nu moeten we een versnelling
omhoog; iedereen in de kleren, verantwoord ontbijt op tafel en nog even snel
het speelgoed opruimen, koffiekop klaarzetten voor straks, lampjes uit en naar
school. Met twee kids op de fiets trotseer ik de regen en mijnheer de wind.
Weer thuisgekomen vis ik de krant van de mat, zet ik koffie, ruim ik op, was ik
af en plof ik neer. Zucht….even een moment voor mezelf.
De dag vliegt voorbij en rond 16.30
wordt het tijd om aan het avondeten te beginnen. Rijst, spinazie met abrikozen
en pijnboompitjes en een lekker stukje vlees in de pan. Het aanrecht staat vol;
eerst even afwassen, maar maak het aanrecht eerst even snel schoon en pak
meteen de deuren, vensterbank en het toilet nog even mee. Daarna zet ik het
eten op. De wasmachine zet ik ook even aan, dan kan ik vanavond de was
opvouwen, dan ligt het weer schoon in de kast. De schone, droge was uit de
droger doe ik alvast in de wasmand, dan kan die van avond er meteen bij. Ik
haast me terug de keuken in, check nog even m’n mail, want ik verwacht nog een
antwoord van een vriendin. Wacht, even terug: wat was ik aan het doen? O ja, de
afwas, die staat nog in het water wat ondertussen lauw geworden is. Ik laat het
water eruit lopen en zet de warme kraan opnieuw open. Na het eten is het weer
een enorme zooi; overal rammelaars, legosteentjes, verkeersopstoppingen en
kinderliteratuur op de grond. Ik ruim de tafel leeg en ruim ondertussen wat op.
Ik vis de vieze sokken en slabbetjes van de grond, breng ze snel even naar de
wasmand en zet de droger aan. Terug in de keuken bedenk ik me: wat was ik ook
alweer aan het doen? Ik kijk rond en het is nog steeds een chaos. Ik begin eerst
maar eens met de afwas, die staat er nog steeds, veeg meteen even de tafel
schoon en die koekjesvlek van de stoel. De autootjes die op de stoel liggen,
ruim ik meteen maar even op. Terug in de keuken wacht de afwas nog steeds.
Wanneer alles weer schoon in de kasten staat, boen ik tevreden handjes, wangen
en billen en verwissel een smoezelige trui, jurk en broek voor frisgewassen
pyjama’s. Met gekamde haartjes verdwijnen de kleintjes in hun bedjes. Ik haal
de was uit de droger, zet de wasmand mét toren klaar voor de opvouwbrigade en
ruim nu echt alle speelgoed op. Nog een keer over het aanrecht, wasbak nog even
schoonspoelen en lampen en deuren dicht. Vuilnisemmer legen en schone zak erin.
Terug in de woonkamer staat er nog wat op me te wachten: de volle wasmand, met
toren. O ja, dáár was ik mee bezig……
.
Je zou ‘es wat beter naar me moeten luisteren! (januari)
Als het haar niet duidelijk is, moet ik haar misschien een
seintje geven. Goed plan, dat ga ik doen, en wel als volgt. Op een
zaterdagochtend vroeg wordt ze wakker, stapt uit bed en gaat naar beneden;
misselijk, overgeven en totale malaise. Zo erg dat ze over de houten vloer in
de woonkamer moet kruipen van de pijn. Maar ze moet bij bewustzijn blijven,
zodat ze weet wat er gebeurd. Laat haar de nerven van het hout maar zien. Ze
roept om hulp en kan nog maar net de trap op komen. Bij het echtelijk bed aangekomen
wil ze haar vriend wakker maken. Ik zet het even een tandje hoger. Ik schakel
wat delen in haar hersenen uit; ze heeft geen controle meer over haar spraak en
lichaamsbewegingen. Manlief wordt wakker, hij begrijpt dat dit goed mis is, een
grijze kleur maakt meester van haar altijd zo frisse gezicht. Boodschap
begrepen, op naar de eerste hulp. Maar ja, in het ziekenhuis kunnen ze
natuurlijk geen lichamelijke afwijking vinden. Dat was ook niet mijn bedoeling,
ze moest alleen wakker geschud worden. Hopelijk leert ze er nu van, dat ze met
me solt en dingen doet die niet goed voor haar zijn. Werk doen wat niet leuk is
en niet luisteren naar haar gevoel. Het moet maar eens afgelopen zijn.
Eén jaar verstrijkt en ik merk nog steeds geen verbetering.
Goed, ik ga haar nog een seintje geven en bezorg haar een flinke hernia. Niet
te erg, want ze heeft intussen een baby gekregen waar ze goed voor moet blijven
zorgen en hij mag hier niet de dupe van worden.
Nog een jaar later, geen verandering. Ze weet dat ze haar
werk niet leuk vind, maar doet er niks aan. Ik herhaal mijn eerste sein en laat
haar nog een keer haar controle over haar spraak en bewegingscentrum verliezen.
Ze doet er helemaal niks aan, raakt bijna niet eens in paniek! Ze denk zeker
dat het erbij hoort, dat is niet de bedoeling! Ze krijgt een dochter, die wil
ik haar niet ontnemen. Prachtig en gezond meiske, maar rustig, ho maar. Huilen
doet ze, niet te zuinig. Vermoeidheid en machteloosheid in plaats van blijdschap
in de kraamtijd en daarna.
Is het haar nu nog niet duidelijk dat ze te veel van me
vraagt? Wat wil ze nu eigenlijk allemaal, stel toch eens grenzen! Ze kan niet
alles en zeker niet tegelijk, de maat moet eens vol zijn.
Goed, laatste keer; dan hoop ik dat ze inziet dat ze koers
moet wijzigen. Ik bezorg haar weer een aanval; niet kunnen praten en spastische
bewegingen, zweten, angst, overgeven en ga maar door. 53 minuten lang. Gelukkig
gaat ze nu naar de huisarts. Die schrijft een brief voor de neuroloog maar
noemt gelukkig al het beestje bij de naam. Natuurlijk vind de aardige neuroloog
geen lichamelijke afwijkingen. Maar ik heb gewonnen! Ze heeft het door.
Driewerf hoera!
***
Je zou eens wat beter moeten luisteren naar je lichaam.
Rugpijn, hoofdpijn, vage klachten waar niemand de oorzaak van kan vinden,
lichamelijk gezien dan. Maar wel eens gedacht dat je lijf heel goed een seintje
kan geven dat je nu eens radicaal van koers moet veranderen? In mijn geval
duurde dat ongeveer 4 jaar en toen pas wist ik: Ja, ik ga het anders doen en ik
weet hoe. Het moest maar eens afgelopen zijn met werk doen wat ik niet zo leuk
vind, wat niet écht is wat ik wil. Luister goed naar je lijf, want de
onzekerheid en onrust in jezelf moet z’n plek weer vinden. En daar is tijd voor
nodig. Probeer niet door te razen, maar sta zo nu en dan stil bij de vraag: Wat
wil ik nou echt?
|
|